Arbocatalogus Afvalbranche KENNISMAKING

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

Gezondheid

Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Taken en verantwoordelijkheden

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Doel

Het doel van dit document is het vastleggen van de taken en verantwoordelijkheden bij het uitvoeren van het veiligheidsbeleid van de organisatie. Bij het nemen van maatregelen is er specifiek aandacht voor gebrek aan taalbeheersing bij laaggeletterden en anderstaligen en voor de veiligheid van uitzendkrachten en vrijwilligers.

Welke groepen zijn er op een bedrijfsterrein?

De groepen zijn:

  1. Eigen personeel en stagiairs (vast en tijdelijk)
  2. Mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (SROI)
  3. Uitzendkrachten
  4. Opdrachtnemers (aannemers)
  5. Vervoerders (vervoerders met VIHB registratieplicht, beroepsvervoerders en eigen vervoerders)
  6. Vrijwilligers
  7. Bezoekers (aanwezigen zonder werktaak)
Beschrijving van het risico 

Wie is verantwoordelijk voor veiligheid?

Vooraf moet worden opgemerkt dat de verantwoordelijk voor veiligheid juridisch behoorlijk gecompliceerd is. In onderstaande tekst wordt getracht in begrijpelijke taal een samenvatting van de wettelijke regels te geven. Dit betekent dat de tekst niet volledig is en nuanceringen zijn weggelaten. In de praktijk is er veel verwarring over de juiste interpretatie van de regels binnen bedrijven, al geven gerechtelijke uitspraken (jurisprudentie) veel houvast. Het verdient aanbeveling om bedrijfsjurist of externe jurist te raadplegen bij het opstellen van veiligheidsregels in het bedrijf en het houden van toezicht op de naleving ervan.

Verantwoordelijkheid werkgever

Uitgangspunt is dat iedere werkgever verantwoordelijk is voor de veiligheid van zijn eigen werknemers en van personen die onder zijn gezag werken zoals ingeleend personeel. Het afvalbedrijf (de inrichting) is verantwoordelijk voor de veiligheid en de gezondheid van de mensen die op het bedrijfsterrein komen en werken. Het gaat daarbij niet alleen om het eigen (ingehuurde) personeel en opdrachtnemers, maar ook om de veiligheid en gezondheid van bezoekende vervoerders en derden die geen werkzaamheden verrichten.

De werkgever van het afvalbedrijf is verantwoordelijk voor de veiligheid van het eigen personeel en stagiairs. Het afvalbedrijf is ook verantwoordelijk voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (SROI) die als onderdeel van een aanbesteding of overeenkomst verplicht worden ingehuurd of in dienst genomen zoals bijstandgerechtigden en reïntegrerende werknemers. Dit betekent ondermeer zorg voor een veilige werkomgeving en werkplek en de veilige uitvoering van de werkzaamheden waaronder de arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen die gebruikt worden.

Opdrachtgever

Het afvalbedrijf in de rol van opdrachtgever heeft de wettelijke verplichting om bij het verstrekken van de opdracht (aanbesteding) vast te stellen welke veiligheids- en gezondheidsaspecten van belang zijn bij de uitvoering van de werkzaamheden. De inlenende werkgever (opdrachtgever) is de primair verantwoordelijke partij voor het waarborgen van de veiligheid en de gezondheid, zoals het toezien op het dragen van zichtkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen, van uitzendkrachten die onder zijn toezicht en leiding arbeid verrichten, ook al heeft betrokkene een arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau (opdrachtnemer) dat verantwoordelijk is voor het selecteren, begeleiden en inzetten van betrokkene(n) voor het werk bij de inlenende partij. Opdrachtgever kan bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor het verzorgen van een algemene opleiding en het beschikbaar stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen bij het uitzendbureau leggen mits schriftelijk overeengekomen. De tekst van de paragraaf Instructies geven en toezicht houden van onderstaande maatregel Zorgen voor veiligheid van uitzendkrachten is verplicht.

Opdrachtnemer

Opdrachtnemers zijn bedrijven die voor bepaalde werkzaamheden (de opdracht) worden ingehuurd. Opdrachtnemers zijn bijvoorbeeld aannemers (contractors), onderaannemers (subcontractors), en ZZP-ers. De werknemers van een externe partij (opdrachtnemer) werken onder het gezag van de opdrachtnemende werkgever. De laatste is primair verantwoordelijk voor het borgen van de veiligheid en gezondheid van de werknemers die onder zijn gezag werken.

Hoewel ZZP-ers (zelfstandige opdrachtnemers) niet onder het gezag van de opdrachtgever vallen, geldt dat zij voor de arboregels (vrijwel) gelijk gesteld worden aan het eigen personeel, zeker als de opdracht in samenwerking met de eigen werknemers van de opdrachtgever wordt uitgevoerd.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgever en opdrachtnemer. Zo moet de opdrachtgever bijvoorbeeld zorgen voor een veilige werkomgeving (door risicoanalyse en adequate beheersmaatregelen) en de geldende veiligheidsregels binnen zijn inrichting in een aantoonbare afspraak (contract/overeenkomst) met de opdrachtnemer vastleggen. De opdrachtnemer is zelf verantwoordelijk voor de arbeidsmiddelen die ze meenemen en inzetten (keuringen, ontwerpeisen als machinerichtlijn, bijhorende opleidingen van zijn werknemers en het houden van toezicht). In geval van een incident zal Inspectie SZW altijd de feitelijke situatie onderzoeken en nagaan of zowel de opdrachtnemer (de werkgever van een slachtoffer) als de opdrachtgever hun verplichtingen hebben nageleefd.

Overige rollen

Als er op of buiten het bedrijfsterrein van het afvalbedrijf meerdere werkgevers leiding aan werkzaamheden geven, dan dient de opdrachtgever – dus het afvalbedrijf, altijd vooraf met de opdrachtnemer(s) af te spreken en (contractueel) vast te leggen wie voor welke veiligheidsaspecten verantwoordelijk is.

Vervoerders

Vervoerders werken niet in opdracht van afvalbedrijven, maar voeren wel werkzaamheden met en aan hun voertuig uit op diens locatie. Het afvalbedrijf dient huisregels voor de veiligheid op het bedrijfsterrein op te stellen, deze duidelijk en eenduidig kenbaar te maken en toezicht te houden op de naleving ervan. Onder huisregels vallen bijvoorbeeld verkeersregels, scheiding van zones en veiligheidssignaleringen die eenduidig en duidelijk zijn aangebracht op voor chauffeurs en bezoekers goed zichtbare plaatsen; pictogrammen hebben de voorkeur boven tekst vanwege taalbarrières. Deze groep bestaat uit vervoerders die vallen onder de registratieplicht VIHB en vervoerders die vallen onder de Wet Wegvervoer Goederen (beroepsvervoerder en eigen vervoerder).

Vrijwilligers

Soms worden vrijwilligers ingezet bij de inzameling van oudpapier. Een inzamelbedrijf is daarbij niet slechts faciliterend door het ter beschikking stellen van een inzamelvoertuig met chauffeur, maar heeft als opdrachtgever de verantwoordelijkheid voor ondermeer het verstrekken van zichtkleding, persoonlijke beschermingsmiddelen, en de instructie voorafgaand aan de papierinzameling, en het houden van toezicht op het dragen van zichtkleding, het gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen, en het naleven van de veiligheidsvoorschriften tijdens de papierinzameling. Binnen de branche wordt ingezien dat er aan het werken met vrijwilligers bijzondere veiligheidsrisico’s verbonden zijn en het beter is om deze reden uitsluitend goed opgeleide professionals in te zetten. Echter lokale overheden vereisen in aanbestedingen en lopende contracten nog de inzet van vrijwilligers van plaatselijke verengingen. De paragraaf Instructies geven en toezicht houden van onderstaande maatregel Zorgen voor veiligheid van vrijwilligers is verplicht.

Bezoekers

Voor de veiligheid van bezoekers is het afvalbedrijf, de eigenaar of gebruiker van het bedrijfsterrein, verantwoordelijk.

Veiligheid en communicatie

Het niet voldoende begrijpen van mondelinge en schriftelijke veiligheidscommunicatie zoals regels, geboden en verboden leidt tot miscommunicatie, mogelijk met een ongeval tot gevolg. Voorbeelden van communicatie over veiligheid zijn:

  • trainingen en onderricht
  • instructies, werkoverleg en toolboxmeetings tijdens het werk
  • mondelinge instructies en veiligheidswaarschuwingen op het werk die betrokkene zelf onvoldoende kan geven aan een ander of niet goed kan begrijpen van een ander
  • veiligheidsdocumentatie zoals bedrijfsregels, terreinregels, instructiefilm, laad- en losinstructies, noodprocedure bij calamiteit/alarm/ongeval/ontruiming
  • pictogrammen zoals op waarschuwingsborden en in bedieningsfuncties
  • specifieke instructies, gebruikshandleidingen, procedures en dergelijke
  • communicatie bij een dreigend incident of calamiteit

Taaleis bij gereglementeerde beroepen

Voorbeelden van gereglementeerde beroepen zijn asbestverwijderaar, machinist mobiele bouwkraan (art. 7.32 Arbobesluit) en veiligheidskundige. Voor het uitoefenen van gereglementeerde beroepen, met name beroepen waarvoor een certificaat nodig is, geldt een wettelijke taaleis. Certificaathouders moeten de Nederlandse taal beheersen. Indien een groep samenwerkende mensen onderling in een andere taal begrijpelijk communiceert, is dat toegestaan. Ook bij functies waarin werkzaamheden met gevaarlijk afval worden verricht zoals het inzamelen van chemisch afval (bij bedrijven, de Milieustraat en chemokar), is aandacht voor voldoende taalbeheersing vereist.

Extreme weersomstandigheden

Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor. Voorbeelden zijn hevige wind en windstoten met stormkracht, gladheid door sneeuw en ijzel, tropische temperaturen tijdens de zomermaanden en onweer met zware regenbuien. Het weer beïnvloedt direct het werk in de afvalbranche, maar er kunnen heel grote verschillen tussen de regio’s in Nederland optreden. Dat maakt dat het beoordelen van de lokale weersomstandigheden alleen ter plekke kan worden gedaan. De actuele weersomstandigheden per regio zijn op het internet en via de radio uitstekend te volgen, met name als er sprake is van een weeralarm.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Winterweer terreinen en installaties

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het werken onder winterse weersomstandigheden met regen, hagel, sneeuw, ijzel en koude wind zijn gevaren voor de veiligheid en de gezondheid:

  • Onderkoeling van het lichaam of bevangen raken door de kou
  • Bevriezing van lichaamsdelen bij hoge windsnelheden en lage temperaturen
  • Uitglijden en vallen bij vorst, sneeuw en ijzel
  • Verminderende weerstand tegen ziekte

Onderkoeling, bevangen raken en bevriezen wordt veelal veroorzaakt door langdurig buiten werken zonder doelmatige bescherming of verzorging. Dit kan leiden tot verminderde handvaardigheden, vooral bij ‘fijn motorische’ taken. Daarnaast loopt de bewegingsfunctie van het lichaam terug. Dit kan resulteren in:

  • Struikelen, vallen en/of uitglijden
  • Extra kans op verwonding door ongecontroleerde handelingen met machines zoals handgereedschap

Ook kan bevriezing leiden tot blijvend letsel of zelfs verlies van lichaamsdelen.

Bij sterke wind worden risicovolle omstandigheden eerder bereikt dan bij windstil weer. Dit is het gevolg van de windchillfactor, die bekend staat als gevoelstemperatuur.

Extreme weersomstandigheden

Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor. Voorbeelden zijn hevige wind en windstoten met stormkracht, gladheid door sneeuw en ijzel, tropische temperaturen tijdens de zomermaanden en onweer met zware regenbuien. Het weer beïnvloedt direct het werk in de afvalbranche, maar er kunnen heel grote verschillen tussen de regio’s in Nederland optreden. Dat maakt dat het beoordelen van de lokale weersomstandigheden alleen ter plekke kan worden gedaan. De actuele weersomstandigheden per regio zijn op het internet en via de radio uitstekend te volgen, met name als er sprake is van een weeralarm.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Zomerweer terreinen en installaties

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

In de zomer loop je het risico om tijdens zonnige dagen met tropische temperaturen bevangen te raken door de hitte en zonnesteek op te lopen. Je kunt ook uitdrogen door overmatig vochtverlies als gevolg van zweten. Hierdoor lopen de bewegingsfuncties van het lichaam terug waardoor de kans op ongevallen groter wordt.

Veiligheids- en gezondheidsrisico’s bij het werken onder zomerse weersomstandigheden zijn huidkanker en andere huidziekten, bevangen door hitte (zonnesteek) en/of ( overmatig) vochtverlies door langdurige blootstelling aan zon en hitte.

  • Bij temperaturen vanaf 32 ºC treden de eerste gezondheidsklachten op en gaat het lichaam merkbaar minder goed functioneren: van verminderde concentratie tot hoofdpijn en soms flauwvallen
  • Vanaf circa 35 ºC, bij een luchtvochtigheid van 50% of hoger, lopen werknemers en andere mensen een zeer reële kans op hittestress indien ze grote lichamelijke inspanningen plegen
  • Bij temperaturen van 40 ºC of hoger bestaat een onaanvaardbaar risico voor ernstige gezondheidsproblemen.

De combinatie van hitte en vocht stelt hoge eisen aan hart en bloedvaten. Gevolgen van te grote hitte kunnen variëren van huidaandoeningen tot een hitteberoerte.

Door teruglopend concentratievermogen neemt de kans op ongelukken toe.

Extra last van de warmte is bekend voor de volgende risicogroepen: zwangere vrouwen, mensen met longaandoeningen (CARA), mensen met hartaandoeningen en personen die medicijnen tegen o.m. hoge bloeddruk gebruiken. 

Extreme weersomstandigheden

Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor. Voorbeelden zijn hevige wind en windstoten met stormkracht, gladheid door sneeuw en ijzel, tropische temperaturen tijdens de zomermaanden en onweer met zware regenbuien. Het weer beïnvloedt direct het werk in de afvalbranche, maar er kunnen heel grote verschillen tussen de regio’s in Nederland optreden. Dat maakt dat het beoordelen van de lokale weersomstandigheden alleen ter plekke kan worden gedaan. De actuele weersomstandigheden per regio zijn op het internet en via de radio uitstekend te volgen, met name als er sprake is van een weeralarm.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Alles over werken bij hoge temperaturen op het Arboportaal
  • Set praktische vuistregels op de website van FNV voor buitenwerk in de hitte
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Legionellabacterie

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Legionella is een bacterie waarvan inmiddels circa 43 soorten zijn aangetoond. De meest gevaarlijke variant is de Legionella Pneumophilia serotype 1, ook wel bekend als Legionella type 1. Deze variant kan legionellose veroorzaken, doordat men aerosolen in kan ademen die besmet zijn met deze bacterie. Aerosolen zijn zeer fijne waterdruppels (1 - 10 µm), vergelijkbaar met nevel uit een spuitbus. De drie vormen van legionellose zijn legionellapneumonie, een ernstige vorm van longontsteking, Pontiac fever, een minder ernstige, griepachtige aandoening en een zeldzaam voorkomende huidinfectie.

In de volksmond wordt legionellose ook wel “veteranenziekte” genoemd. Legionellapneumonie werd namelijk voor het eerst vastgesteld na een veteranenbijeenkomst in een hotel in de Verenigde Staten in 1976.
Overigens kunnen ook andere soorten legionella griepachtige verschijnselen veroorzaken.

Kenmerken van de veteranenziekte

De tijd tussen contact met de bacterie en het optreden van de ziekteverschijnselen (incubatieperiode) ligt bij veteranenziekte tussen de 6 en 19 dagen. De eerste symptomen lijken erg op (zeer) hevige griep: moeheid, zwakte, spierpijn, hoofdpijn en koorts boven de 39°C. Daarnaast zijn er symptomen die wijzen op longontsteking: pijn op de borst, hoesten en kortademigheid. Veteranenziekte kan goed behandeld worden met antibiotica. Dit neemt niet weg dat de kans op blijvende gezondheidsschade aanzienlijk is: ondermeer chronische vermoeidheid, concentratieproblemen en orgaanfalen. Dit leidt niet zelden tot (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid. Als de longontsteking niet tijdig wordt vastgesteld, dan kan de persoon in kwestie aan de gevolgen van de longontsteking overlijden.

Infectiebron

Infectie vindt plaats door het inademen van de bacterie in zeer kleine druppeltjes water, verspreid in de lucht; dit worden aerosolen genoemd. De ziekte wordt niet van de ene mens op de andere overgebracht. Ook het drinken van met legionella besmet water leidt nooit tot veteranenziekte. Bij leidingwaterinstallaties vindt bij de tappunten verneveling van water plaats. De waterdruppels die hierbij vrijkomen kunnen de bacterie legionella bevatten indien de temperatuur van het water tussen de 20 en 50 °C is geweest.

Groei van legionella

Legionellabacteriën kunnen alleen groeien in aanwezigheid van zuurstof. Ze komen algemeen voor in zoet oppervlaktewater, waterreservoirs en waterinstallaties, meestal in lage concentraties. Als de temperatuur van het water zich tussen de 20°C en 50°C bevindt (met een optimum tussen de 30°C en 40°C), dan kan vermeerdering optreden. Als aan de temperatuurvoorwaarde is voldaan, dan kunnen de volgende factoren de kans op aangroei verder verhogen:

  • een lange verblijftijd van het water in het systeem, bijvoorbeeld in een uitgestrekt waterleidingsysteem
  • stagnatie van het water
    Periodieke stilstand van het water bij een temperatuur in het groeitraject bevordert de groei van de legionellabacterie.
  • de aanwezigheid van biofilm en sediment.
    Biofilmvorming wordt veroorzaakt door bacteriegroei op oppervlakten die in contact staan met water. Bepaalde eencellige organismen die zich voeden met de bacteriën in de biofilm of in sediment, kunnen als gastheer dienen voor de legionellabacterie. Hierbij vermeerdert de legionella zich in de gastheer tot hoge concentraties. Uiteindelijk sterft de gastheer en komen de legionellabacteriën in grote aantallen vrij in het water. 
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • De legionellabacterie is ingedeeld in categorie 2 van de biologische agentia. Deze categorie kan bij de mens ernstige ziekte veroorzaken, waarvoor preventieve en curatieve maatregelen beschikbaar zijn. De bacterie groeit onder bepaalde omstandigheden maar verspreidt zich echter niet zelfstandig onder de bevolking.
  • Informatiedossier van de Rijksoverheid over het onderwerp Legionella
  • Legionellavraagbaak
  • Modelbeheersplan legionella-preventie in leidingwater - Eigenaar installatie verantwoordelijk
    Toelichting op de tijdelijke regeling Legionellapreventie in leidingwater
    Infoblad ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM)
  • Op Infomil kan gezocht worden op legionella. Daar is ondermeer de brochure Legionella - Antwoorden op de 25 meestgestelde vragen van het Ministerie van VWS te vinden
  • Publicaties van ISSO, Rotterdam
    Stichting ISSO heeft meerdere publicaties uitgegeven met betrekking tot legionella:
    • P55.1: Handleiding legionellapreventie in leidingwater (2005)
    • P55.2: Zorgplicht legionellapreventie collectieve leidingwaterinstallaties (2005)
    • P55.3: Legionellapreventie in klimaatinstallaties (2008)
    • P55.4: Alternatieve technieken voor legionellapreventie in collectieve leidingwaterinstallaties (2008)
    • Kaart: Kaarten voorkomen legionella bij publicatie 30.5 (set van 10) (2003)
    • P55: Tapwaterinstallaties in woon- en utiliteitsgebouwen (2001)
    • Kleintje water (2003)
    • Kleintje Legionellapreventie (2007)

    Bovenstaande publicaties zijn te bestellen via de digitale winkel van ISSO.

  • Biofilmvormingspotentie van leidingmaterialen voor binneninstallaties - Meetresultaten en beoordeling, KIWA O&A, Nieuwegein, rapportnummer KOA 99.079, juni 1999
  • Water-werkbladen, Praktische uitwerking van de norm NEN1006
  • Doelmatige maatregelen voor legionellapreventie
Goedgekeurd door Inspectie SZW

DME in een hal

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

In hallen zoals de composteerhal, de brekerhal, de sorteerhal en de opslag- en overslaghal worden shovels en kranen gebruikt waardoor er blootstelling aan dieselmotoremissie voorkomt. Op de dieselaangedreven motoren van vrachtwagens bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal is DME bij laden en lossen van toepassing.

De werkgever moet dieselaangedreven arbeidsmiddelen uitfaseren of schriftelijk onder­bouwen waarom vervanging in het specifieke geval niet mogelijk is. Het gaat in ieder geval om de volgende toepassingen, waarvoor alternatieven beschikbaar zijn, namelijk elektrisch aangedreven:

  • transportbanden
  • palletwagens
  • hoogwerkers
  • compressoren
  • graafmachines tot in elk geval 30 ton; zie www.bouwmachines.nl
  • aggregaten

Bij grotere, stationaire machines dient de werkgever te beoordelen of het mogelijk is om deze op het elektriciteitsnet aan te sluiten.

[Bron: Basisinspectiemodule Dieselmotoremissie, Inspectie SZW, juli 2020]

Composteerhal

In veel composteerbedrijven worden in een hal organische afvalstoffen gecomposteerd. Voor de handling van afvalstoffen worden shovels en kranen gebruikt. Shovels worden gebruikt om het gft-afval op de juiste plaats brengen, de composteerinstallatie te voeden en compost weer af te voeren. Een probleem bij de metingen van DME in composteerinstallaties is de verstoring van de metingen van elementair koolstof (EC) door de in compost aanwezige organische en elementaire koolstof, hetgeen blijkt uit diverse onderzoeken.

Brekerhal

Bij een beperkt aantal bedrijven wordt puin inpandig gebroken. De brekerinstallatie wordt doorgaans bedreven met krachtstroom. In enkele situaties wordt voor de brekerinstallatie een dieselaggregaat toegepast voor het opwekken van stroom. Voor de handling van het puin en het recyclinggranulaat worden shovels gebruikt. Shovels wordt gebruikt om de brekerinstallatie te voeden en de afvoer van recyclinggranulaat te verzorgen.

Sorteerhal

In veel bedrijven worden in een sorteerhal afvalstoffen gesorteerd. De sorteerinstallatie wordt doorgaans bedreven met krachtstroom. In enkele situaties wordt voor de sorteerinstallatie een dieselaggregaat toegepast voor het opwekken van stroom. Voor de handling van afvalstoffen worden shovels en kranen gebruikt. Shovels worden gebruikt om het afval op de juiste plaatst brengen, de sorteerinstallatie te voeden en gesorteerde monostromen weer af te voeren. Kranen worden gebruikt om afvalstoffen te sorteren en de sorteerinstallatie te voeden.

Op- en overslaghal

In overslaghallen worden bijvoorbeeld de gestorte afvalstoffen met behulp van shovels en sorteerkranen overgeslagen in containers of vrachtauto’s. De shovels zijn vaak niet alleen gebonden aan de overslaghal, maar rijden ook elders op het terrein. De sorteerkranen werken voornamelijk in de overslaghal en verplaatsen zich over korte afstanden tussen de sorteervakken.

Op het gebruik van een dieselmotor bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal is van toepassing: DME bij laden en lossen.

Beschrijving van het risico 

In omsloten ruimten zoals de hallen van brekerinstallaties, sorteerinstallaites, composteerinstallaties en overslaghallen gelden de volgende situaties.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.

Situatie 1

De afvalstoffen worden rechtstreeks in de containers voor aftransport gestort of de afvalstoffen worden met behulp van een elektrisch aangedreven sorteer- of portaalkraan overgeslagen of een krachtstroom aangedreven brekerinstallatie, sorteerinstallatie of composteerinstallatie.

Maatregelen: geen.

Situatie 2

  • Er is een rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.
  • De shovel en sorteerkraan zijn voorzien van een Stage 3b of een Tier 4 motor.
  • De shovel en sorteerkraan met een Stage 1, 2 of 3a of Tier 1, 2 of 3 motor zijn voorzien van een effectief roetfilter.

Maatregelen:

  • gebruiken overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen, indien deze langer dan 15 minuten per dag worden gebruikt
  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen

Het gebruik van een dieselaggregaat in een hal is niet toegestaan omdat er een alternatief beschikbaar; zie Overige blootstelling aan DME.

Situatie 3

  • Er is geen rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.
  • De shovel of sorteerkraan heeft een Stage 1, 2 of 3a of Tier 1, 2 of 3 motor of lager en is niet voorzien van een effectief roetfilter.

Maatregelen voor activiteit E (werken met shovels en sorteerkranen in op- en overslaghallen) en activiteit K (gebruik van dieselaangedreven shovel tijdens het breken van puin in een brekerhal):

  • treffen maatregel aan shovel of kraan in omsloten ruimte
  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen
  • gebruiken overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen, indien deze doorgaans langer dan 15 minuten per dag in een omsloten ruimte (hal) wordt gebruikt.

Maatregelen voor activiteit L (gebruik van dieselmotor tijdens sorteren van afval in een sorteerhal) en activiteit M (gebruik van dieselmotor in een composteerhal):

  • beperken emissie van dieselmotor in omsloten ruimte
  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen
  • gebruiken overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen indien deze doorgaans langer dan 15 minuten per dag in een omsloten ruimte (hal) wordt gebruikt.

Het gebruik van een dieselaggregaat in een hal is niet toegestaan omdat er een alternatief beschikbaar; zie Overige blootstelling aan DME.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Zie voor het gebruik van een dieselmotor bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal: DME bij laden en lossen
  • Basisinspectiemodule van Inspectie SZW Blootstelling aan dieselmotoremissies (DME) juli 2020
  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
  • SER advies grenswaarde emissie dieselmotoren, 20 december 2019
  • Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
  • Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
  • Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
  • EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Ongunstige werkhouding

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Werken in een ongunstige houding is een zware belasting voor het lichaam. Daarbij gaat het zowel om langdurig werken in een op zich goede werkhouding als om het regelmatig aannemen van houdingen waarbij gewrichten in een afwijkende stand komen. De belasting is nog groter als tijdens een ongunstige werkhouding ook kracht wordt uitgeoefend. Beïnvloedende factoren zijn dus de mate waarin de houding belastend is, de tijd dat de houding wordt aangenomen, de krachten die moeten worden uitgeoefend en de mate van afwisseling.
Ongunstige werkhoudingen kunnen het lichaam overbelasten. Rug, spieren, gewrichten en pezen kunnen overbelast raken, waardoor spier- en peesontstekingen of gewrichtsklachten dan wel andere gezondheidsklachten ontstaan.

In voertuigen

Machinisten en chauffeurs verrichten fysieke arbeid onder ongunstige omstandigheden en met ongunstige werkhoudingen. Chauffeurs hangen bijvoorbeeld uit het raam om te kijken of de werkzaamheden goed gaan en zitten hierbij met een naar achteren gedraaide rug. Doordat machinisten en chauffeurs een zittend beroep hebben, krijgen ze vaak te weinig lichaamsbeweging. Deze bewegingsarmoede vergroot de kans op onder meer rugklachten, pijnklachten aan pezen, gewrichten en spieren, overgewicht en andere ziekten.

Wet en regelgeving 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Veelvuldig repeterende bewegingen en RSI

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Als kortdurende handelingen een lange tijd achter elkaar worden uitgevoerd kan eenzijdige belasting van bepaalde spiergroepen ontstaan. Dergelijke bewegingen worden repeterend genoemd wanneer zij zich gedurende minimaal twee uur per dag voordoen of minimaal één uur achter elkaar voorkomen. Veelvuldig repeterend bewegen kunnen leiden tot RSI-klachten zoals ontstekingen aan gewrichten, pezen, zenuwen en peesscheden. Er worden mechanische oplossingen ontwikkeld, zoals mechanische belading om fysieke belasting te voorkomen. Dit geeft minder risico’s op zwaar lichamelijk werk, maar het betekent wel een groter risico van repeterende bewegingen en RSI.
Bij het inzamelen met front- en zijladers maakt de belader gebruik van een joystick. Dit soort werkzaamheden zijn gevoelig voor klachten zoals RSI. Bij het gebruik van joysticks dient te worden voldaan aan de ergonomische eisen.
Repeterend bewegen bij rioleringsbeheer betekent met een bepaalde frequentie een korte cyclus doorlopen, zoals: openen van een put, leegzuigen, terugplaatsen van het putdeksel.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

 Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke 

  • Repeterende bewegingen zijn handelingen met een cyclus van minder dan 90 seconden die langer dan 2 uur per dag worden uitgevoerd of langer dan 1 uur achter elkaar.
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Minerale vezels

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Er zijn twee groepen minerale vezels, namelijk 1) de vezels die van nature voorkomen zoals de verschillende soorten asbest en 2) de vezels die de mens maakt uit minerale grondstoffen zoals gesteenten, in het Engels de zogenoemde man-made-mineral-fibers (MMMF). De risico's van asbestvezels zijn elders uitgebreid behandeld en hieronder komen alleen de risico's van de niet-natuurlijke minerale vezels aan de orde.

Minerale wolvezels komen vrij bij het bewerken van materiaal zoals glaswol, steenwol en superfijne glasvezels. Deze vezels kunnen op de huid of in de ogen komen. Ze kunnen ook worden ingeademd. De belangrijkste klachten die na aanraking met minerale vezels zoals steenwol en glaswol kunnen voorkomen zijn:

  • Huidirritatie: de irritatie ontstaat door minuscule wondjes doordat vezels in de huid prikken. Daardoor wordt de huid gevoeliger voor infecties en chemicaliën waarmee de huid in aanraking komt. In eerste instantie ontstaat (soms heftige) jeuk. Die jeuk is meestal de volgende dag weer verdwenen.
  • Irritatie van de ogen; door in de ogen te wrijven nemen de klachten toe.
  • Irritatie van de luchtwegen en de longen.

Sommige minerale vezels zoals vuurvaste keramische vezels, hebben kankerverwekkende eigenschappen.

Ook asbest bestaat uit kankerverwekkende minerale vezels waarvan de risico's elders in de arbocatalogus uitgebreid zijn beschreven; zie het risico Asbesthoudend afval.

Wet- en regelgeving 

Verplichte maatregelen

Bij het verwerken van minerale vezels is het noodzakelijk de volgende maatregelen te nemen.

Alle wettelijke verplichte maatregelen

  • Beschrijven gevaarlijke stoffen en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over irriterend stof

Alle bronmaatregelen

  • Vermijden stof aan de bron

Alle technische maatregelen

  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Beperken van stofverspreiding
  • Treffen voorzieningen bedrijfshulpverlening
  • Ventileren hallen

Indien bovenstaande technische maatregelen de blootstelling onvoldoende beperken dan de één van de volgende maatregelen toepassen.

  • Gebruiken overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen
  • Toepassen sorteercabine

Alle organisatorische maatregelen

  • Minimaliseren aantal blootgestelde werknemers
  • Verbieden roken, drinken en eten tijdens werk
  • Gebruiken werkkleding

Indien er ná het nemen van alle bovenstaande maatregelen volgens de RI&E toch nog risico op blootstelling is, zijn alle maatregelen in de categorie Persoonlijke beschermingsmiddelen van toepassing.

Alle persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Voorlichten over persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Aanbieden persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Gebruiken adembescherming stofblootstelling
  • Gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Beschrijving van het risico 

Een van de risico's die men loopt bij het inzamelen van afval is dat de inzamelaar onverwacht in aanraking komt met klein chemisch afval (KCA afkomstig van bedrijven) of klein gevaarlijk afval (KGA afkomstig van huishoudens) dat, al dan niet onbedoeld, in het afval terecht is gekomen. Het risico is afhankelijk van de eigenschappen van het KCA/KGA, op welke wijze het is verpakt, in hoeverre het KCA/KGA als zodanig herkend wordt, correcte verpakkingsgegevens en/of etiketgegevens aanwezig zijn en de noodzakelijke maatregelen worden getroffen na het in aanraking komen met het afval.

Het huishoudelijk gevaarlijk afval (KGA) wordt huis-aan-huis, de chemokart of via de milieustraat apart ingezameld om te voorkomen dat het op straat komt te staan, waar het ook bijvoorbeeld voor kinderen bereikbaar is. Tevens geeft dit de begeleider de mogelijkheid onderscheid te maken tussen huishoudelijk gevaarlijk afval en ander afval dat niet bij de chemokar moet worden ingeleverd. Ook kleine hoeveelheden gevaarlijk afval dat vrijkomt bij bedrijven wordt apart ingezameld.

Wet en regelgeving 
Beschrijving van het risico 

In de afvalbranche wordt voor diverse toepassingen gewerkt met gevaarlijke stoffen. Als hulpstof worden gevaarlijke stoffen toegepast voor de rookgasreiniging, de waterzuivering en soms ook voor reiniging van het koelwaterkanaal. Bedrijven die over een eigen laboratorium beschikken hebben voor deze laboratoriumwerkzaamheden een scala aan gevaarlijke stoffen voor handen.

Afhankelijk van de stoffen die worden gebruikt en de wijze waarop ze worden gebruikt, bestaan risico's voor de veiligheid of gezondheid. Zo kunnen chemicaliën leiden tot brandwonden, vergiftigingen (bij inademing en/of opname door de mond), oogletsel, huidaandoeningen, flauwvallen en dergelijke. Gevaar kan bestaan voor ernstige onherstelbare effecten. Bovendien kunnen chemicaliën licht ontvlambaar zijn, elektrostatisch oplaadbaar zijn en leiden tot een explosief mengsel.

Als vaten of een doseersysteem geopend zijn, kunnen dampen vrijkomen. Als slangen worden gebruikt om vloeistof over te pompen, is er een kans op het vrijkomen van irriterende of schadelijke stoffen. Na afloop van een handeling moeten slangen worden losgekoppeld. In slangen zijn altijd restanten van het product aanwezig. Slangen kunnen gaan slingeren waardoor de medewerker ongewenst in contact komt met de vloeistof.

Iedere gevaarlijke stof heeft zijn eigen risico bij blootstelling. Daarom dient het beheer van chemicaliën en hulpstoffen goed te worden geregeld en er dient op een verantwoordelijke wijze te worden omgegaan met het gebruik van de gevaarlijke stoffen.

Afvalenergiecentrale

In een afvalenergiecentrale worden onder andere de volgende hulpstoffen toegepast: natronloog, ammonia, chloorbleekloog, ijzerchloride, calciumcarbonaat, ongebluste kalk, HOK, actief kool, natriumsulfides, zoutzuur en soda.

Waterzuivering

Bij sommige vormen van waterzuivering wordt methanol als koolstofbron geïnjecteerd waar het in een gesloten systeem wordt toegepast. Methanol wordt in een tank, IBC of drum opgeslagen en via pompen en leidingen in het proces gedoseerd. Er is geen blootstelling aan methanol mogelijk zolang de vloeistof zich in het gesloten systeem bevindt. Bij inademing is methanol is giftig; hetzelfde geldt bij aanraking met de huid en bij opname door de mond. Er is bovendien gevaar voor ernstige onherstelbare effecten op het ongeboren kind bij opname door de mond. Daarnaast is de vloeistof licht ontvlambaar, kan elektrostatisch opladen met kans op ontsteking en damp met lucht is explosief binnen explosiegrenzen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 

Pagina's

Abonneren op RSS - Gezondheid