Arbocatalogus Afvalbranche KENNISMAKING

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

Gezondheid

Beschrijving van het risico 

Bij afvalenergiecentrale (AEC’s), bioenergiecentrales (BEC’s) en slibverbrandingsinstallaties (SVI’s) komen reststoffen vrij die schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn. De risico's kunnen variëren van huid- en luchtwegirritatie door de hoge zuurgraad, bioaccumulatie van zware metalen zoals lood en dergelijke tot organische verontreinigingen zoals dioxines. Een aantal reststoffen, waaronder AEC vliegas, kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden. Daarom moet voorkomen worden dat medewerkers de reststoffen inademen en dat schadelijke stoffen via mond en huid in het lichaam terechtkomen.

De reststoffen ontstaan bijvoorbeeld in de rookgasreiniging en de verbrandingsoven. Voorbeelden van gevaarlijke stoffen in reststoffen zijn de volgende:

  • Bodemas en ketelas: as uit de verbranding bevat onder andere zware metalen, PAK, dioxines en furanen. 
  • Vliegas: vliegas bevat onder andere metaaloxiden, dioxinen en furanen.
  • Rookgasreinigingsresidu (RGR): RGR bestaat vooral uit zouten zoals calciumcloride en natriumchlorides en kan daarnaast dioxines bevatten. 
  • Kamerfilterpers residu (filterkoek): dit type filterkoek bevat zware metalen, dioxines en furanen.

De risico's van de verschillende reststoffen zijn afhankelijk van de samenstelling en combinatie van gevaarlijke stoffen hierin. Voor verschillende reststoffen heeft de Vereniging Afvalbedrijven Safety Data Sheets (SDS) laten opstellen waarin de risico's op een rij zijn gezet. Op basis van deze SDS-bladen stelt elke AEC, BEC en SVI als leverancier van reststoffen zelf specifieke SDS'n op. Voor het aanbrengen van AEC-bodemas in grondwerken is een risicoanalyse bij grondwerk opgesteld. Deze werkzaamheden worden niet in de afvalbranche uitgevoerd en blijven daarom in deze arbocatalogus buiten beschouwing.

Wet- en regelgeving 

Verplichte maatregelen

Indien er bij werkzaamheden in een AEC, BEC of SVI een kans is op blootstelling aan reststoffen dan is het noodzakelijk om onderstaande maatregelen te nemen.

Alle wettelijke verplichtingen

  • Beschrijven gevaarlijke stoffen en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over gevaarlijke (afval)stoffen
  • Geven werkinstructie - vliegasverstopping verhelpen
  • Geven werkinstructie - werkplek schoonmaken

Alle technische maatregelen

  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Treffen voorzieningen bedrijfshulpverlening
  • Treffen voorzieningen voor opslag van gevaarlijk afval

Alle organisatorische maatregelen

  • Documenteren gevaarlijke stoffen
  • Minimaliseren aantal blootgestelde werknemers
  • Opstellen plan bedrijfshulpverlening (bhv)
  • Verbieden roken, drinken en eten tijdens werk
  • Indien uit de RI&E een restrisico blijkt: Aanbieden van PAGO gevaarlijke (afval)stoffen

Indien er ná het nemen van alle bovenstaande maatregelen volgens de RI&E toch nog risico op blootstelling is, zijn alle maatregelen in de categorie Persoonlijke beschermingsmiddelen van toepassing:

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Voorlichten over persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Aanbieden persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Gebruiken adembescherming stofblootstelling
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Kwartsstof in hallen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Van alle soorten stof is kwartsstof het meest schadelijk. Kwarts is siliciumdioxide [CAS-nummer 14808-60-7] en zit in zand en in de meeste natuurlijke gesteenten. Veel bouwmaterialen bevatten kwarts en het zit dus ook in puin en bouw- en sloopafval (BSA). Kwartsstof kan vrijkomen bij de overslag, de opslag en het sorteren van bouw- en sloopafval. We noemen materiaal kwartshoudend als het voor meer dan 1,5% kwarts bevat. Het kwartsgehalte verschilt per soort (natuur)steen of samengesteld bouwmateriaal. Voorbeelden van materialen met een hoog kwartsgehalte zijn zandsteen (50%-90%), kalkzandsteen (30%-83%), beton en specie (25%-70%), cellenbeton (12%-44%), betonsteen (23%-40%) en baksteen (tot 30%). Hoe hoger het kwartsgehalte van het materiaal, hoe meer kwartsstof vrij kan komen.

Kwartsstof is heel fijn stof, dat niet of nauwelijks te zien is. Niet de aanwezigheid van kwartshoudende materialen is het belangrijkste probleem, maar het inademen van kwartsstof dat vrijkomt. Kwartsstof komt voornamelijk vrij bij het storten van zand, de overslag van afval, het vegen van vloeren en bij de mechanische bewerking zoals het sorteren en breken van bouw- en sloopafval en puin.

Bronmaatregelen om het vrijkomen van kwartsstof in de branche te voorkomen, zijn niet te realiseren. Toch zijn er methoden om de blootstelling aan kwartsstof te minimaliseren. Een simpele maatregel in werkruimten is het vermijden van vegen van de vloeren. Het bevochten van het buitenterrein van bijvoorbeeld opslagen en stortplaatsen is een effectieve maatregel om stofverspreiding te vermijden, ook bij de latere verwerking in hallen. Bij het sorteren en het verwerken van bouw- en sloopafval is het bevochtigen van het materiaal een adequate maatregel.

Kwartsstof bestaat uit hele kleine onoplosbare stofdeeltjes die diep in de longen terecht komen en daar bindweefselvorming veroorzaken. Dat wordt longfibrose of ook wel stoflongen (of silicose) genoemd. Het longweefsel kan dan minder zuurstof opnemen en wordt minder elastisch. Dat betekent dat iemand bij inspanning kortademig en benauwd wordt, gaat hoesten en last krijgt van pijn op de borst. Hoe meer stof iemand heeft ingeademd, hoe meer schade ontstaat. En die schade is niet meer te herstellen. De beschadiging van de longen gaat door ook al wordt de persoon niet meer blootgesteld aan kwartsstof. Het kwarts is dan namelijk nog in de longen aanwezig. Het verraderlijke is dat de meeste mensen in eerste instantie niet zoveel van merken; pas op latere leeftijd volgt kortademigheid en andere effecten van longaandoeningen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

(half)donkere composteerhallen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Hallen voor gft-compostering hebben vaak weinig verlichting. Daar het uitgangspunt is dat medewerkers zo weinig mogelijk in de hallen aanwezig zijn, is dit meestal niet van belang. Indien toch werkzaamheden nodig zijn, bijvoorbeeld bij onderhoud, reparaties en storingen, moet de werkplek zodanig verlicht zijn dat medewerkers zonder gevaar de werkzaamheden kunnen doen, bijvoorbeeld door het aanbrengen van tijdelijke verlichting. De verlichting moet zo zijn aangebracht dat er geen gevaar voor ongevallen is.

Bij onvoldoende verlichting ontstaat er risico op struikelen, stoten, onveilige situaties en ongevallen, omdat de werkplek en de omgeving niet goed zichtbaar is.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Artikel 6.3 Arbobesluit inzake Daglicht en kunstlicht
  • Artikel 3.9 Arbobesluit inzake Noodverlichting

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Normblad NEN-EN 12464-1:2003 nl Licht en verlichting - Werkplekverlichting - Deel 1: Werkplekken binnen.
  • Normblad NEN-EN 12464-2:2007 en Licht en verlichting - Werkplekverlichting - Deel 2: Werkplekken buiten.
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Geluid | Lawaai

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij diverse werkzaamheden in de afvalbranche vindt blootstelling aan lawaai plaats. Wanneer lawaai te hard is, geeft het gehoorschade want een hoog geluidniveau beschadigt de trilhaartjes van het gehoor. Naar mate het hoge geluidniveau langer duurt, neemt de schade aan de trilhaartjes toe. Geluid is zeker te hard als je er tijdelijk doof van wordt. Er is een vuistregel om een eerste schatting te maken of het geluidsniveau te hoog is, namelijk: als iemand op een afstand van 1 meter met stemverheffing moet spreken om verstaanbaar te zijn dan is het geluidsniveau zeker meer dan 80 dB(A). Een dagelijkse blootstelling aan meer dan 80 dB(A) is de schadelijkheidsgrens. Dan moet de werkgever maatregelen treffen.
Lawaai van een geluidbron boven de schadelijkheidsgrens veroorzaakt schade aan het gehoor die niet meer herstelt, ook niet in de loop van de tijd. Het gevolg van een gehoorbeschadiging is slechthorendheid waardoor iemand geluiden in de omgeving niet meer goed waarneemt. Iemand die slechthorend is geworden, kan zeer moeilijk een normaal gesprek voeren, laat staan genieten van een feestje en raakt vaak in een sociaal isolement. Slechthorendheid die door lawaai tijdens het werk is veroorzaakt, is een beroepsziekte en brengt een handicap die in meerdere of mindere mate invloed heeft op het sociale leven van betrokkene.

Voorbeelden van lawaai in de afvalbranche zijn:

  • Dichtgooien van containers zonder demping op de kleppen
  • Het lossen van een glascontainer
  • Het persen van grof afval
  • Het afladen van zwaar materiaal uit containers
  • Gierende luchtventielen bij rioleringsbeheer
  • Het toepassen van pompen
  • In de directe omgeving bij het uitvoeren van straalwerkzaamheden
  • Diverse lawaaiige arbeidsmiddelen zoals veegmachine, bladblazer en kolkenzuiger
Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 3 van hoofdstuk 6 van het Arbobesluit inzake Lawaai (art. 6.6 t/m art. 6.11)

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Norm NEN-EN-ISO 9612:2009 en. Akoestiek - Bepaling van de blootstelling aan geluid op de werkplek – Praktijkmethode (die norm NEN 3418:2003 nl vervangt)
  • Norm NEN-EN 458:2004 Gehoorbeschermers - Aanbevelingen voor keuze, gebruik, verzorging en onderhoud - Praktijkrichtlijn
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Verontreinigde grond

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Grond die in de afvalbranche wordt verwerkt, is vaak verontreinigd met bijvoorbeeld asbest, zware metalen of minerale oliën; deze zijn slecht of zelfs schadelijk voor de gezondheid. Bij het bewerken, laden of storten van de verontreinigde afvalstoffen kan stof met schadeiljke stoffen zich via de lucht verspreiden. In dat geval is er een kans dat luchtwegen of huid worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen uit verontreinigde grond. Als de verspreiding van stof wordt vermeden en normale hygiënische maatregelen en worden toegepast, zal de kans op effecten op de gezondheid in het algemeen klein zijn, maar kan afhankelijk van de specifieke omstandigheden sterk verschillen. Soms is er sprake van een individuele gevoeligheid of speelt de individuele lichamelijke gesteldheid van een medewerker een rol.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • AI-blad nr. 22 Werken met verontreinigde grond/grondwater
  • Richtlijn CROW-400 Werken in of met verontreinigde bodem
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Aerosolen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Aerosolen zijn zeer fijne vloeistofdruppels of vaste deeltjes die in de lucht zweven en - als de concentratie ervan hoog is - zichtbaar zijn als bijvoorbeeld waternevel, mist of rook. Voorbeelden van situaties waarin aerosolen voorkomen, zijn open beluchtingsbassins, gebruik van een hoge drukspuit, laswerkzaamheden en brand (rook).

Aerosolen blijven geruime tijd in de omgevingslucht zweven, maar zijn niet per definitie schadelijk. Aerosolen kunnen echter schadelijke stoffen en biologische agentia, bijvoorbeeld bacteriën, bevatten. Er is dan een risico voor de gezondheid als aerosolen worden ingeademd.

Let op:

Indien er kans is op de aanwezigheid van de legionellabacterie is het risico Legionella met bijbehorende maatregelen van toepassing. Onderstaande maatregelen zijn alleen van toepassing bij werkzaamheden waarbij geen blootstelling aan legionella kan optreden bijvoorbeeld als de temperatuur van het water gegarandeerd lager is dan 20° Celsius of hoger dan 60 °C.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 4.84, 4.85, 4.87, 4.87a, 4.89, 4.91, 4.93, 4.95 en 4.102 Arbobesluit inzake Biologische agentia
Meer informatie 

Indien er kans is op de aanwezigheid van de legionallabacterie is het risico Legionella met bijbehorende maatregelen van toepassing.

Goedgekeurd door Inspectie SZW

Verplaatsen 2500-, 3000- en 5000-liter rolcontainers

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het voortduwen of achter zich aantrekken van voorwerpen, zoals containers, kan overmatige belasting optreden. Hierbij moet niet alleen gelet worden op gewicht en afmetingen van de last, maar zeker ook op de aard van de ondergrond, de kwaliteit van de wielen en aanwezigheid van een helling. Daarnaast spelen ook factoren van degene die het werk uitvoert een rol, zoals lichaamafmetingen, kracht en ervaring. Afhankelijk van de belading kan het gewicht van een rolcontainer van 2500 liter en groter, aanzienlijk zijn. Hoe zwaar een container precies wordt, is moeilijk te bepalen. Indien bij de plaatsing van een dergelijke container niet goed op de omgevingsfactoren wordt gelet, kunnen medewerkers bij het ledigen van de container overmatig worden belast. Als de medewerkers bijvoorbeeld een volle 3000 liter container over een klinkerstraatje moeten duwen, dan houdt dat in dat zij daarbij een behoorlijke krachtinspanning moeten leveren. Dit moet altijd worden voorkomen. Bij omgevingsfactoren moet gedacht worden aan:

  • de ondergrond waar de container op geplaatst wordt 
  • de ondergrond van de route naar de kraakperswagen
  • hellingen waar de rolcontainer tegen op of vanaf moet worden gereden
  • drempels waar de rolcontainer overheen gereden moeten worden
  • richels waar de rolcontainer in kan blijven steken
  • bochten in het traject van de plek waar de rolcontainer staat naar de kraakperswagen
  • bewegingsruimte om de rolcontainer heen

Ook kan tevoren rekening worden gehouden met het soort afval dat in de container wordt gedaan.

Om te kunnen blijven voldoen aan de huidige wet- en regelgeving (richtlijnen) dient bij de plaatsing van een rolcontainer rekening te worden gehouden met het feit dat deze zonder overmatige fysieke belasting geledigd moet kunnen worden. Om discussies achteraf te voorkomen over wat wel en wat niet valt onder onjuiste plaatsing of overmatige fysieke belasting zijn ondermeer afspraken met ontdoeners nodig om voornoemde risico’s zoveel als mogelijk te voorkomen.

 

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)
Meer informatie 
  • Er is geen norm gesteld voor de piekbelasting veroorzaakt door een (zware) 2500 liter of nog grotere rolcontainers.

 

Goedgekeurd door Inspectie SZW

Verplaatsen 1100 liter rolcontainers bedrijfsafval

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het inzamelen van afval worden 1100 liter rolcontainers verplaatst. Deze worden vaak gebruikt voor bedrijfsafval. Soms worden ze ook in woonwijken gebruikt voor huishoudelijk afval, bijvoorbeeld bij flats.
Bij het voortduwen of achter zich aantrekken van voorwerpen, zoals containers, kan overmatige belasting optreden. Hierbij moet niet alleen gelet worden op gewicht en afmetingen van de last, maar ook op de aard van de ondergrond, de kwaliteit van de wielen en aanwezigheid van een helling. Daarnaast spelen ook factoren van degene die het werk uitvoert een rol, zoals lichaamafmetingen, kracht en ervaring.
De containers zijn vaak zwaarder dan het toegestane maximale gewicht. Bovendien zijn de containers slecht te verplaatsen als de wielen in slechte staat van onderhoud zijn.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet 

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie 
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)

 

Goedgekeurd door Inspectie SZW

Verplaatsen en tillen van zakken en minicontainers

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Tijdens de inzameling van huishoudelijk afval moeten afvalzakken en afvalemmers worden getild. Dit is fysiek zwaar werk, wat kan leiden tot diverse lichamelijke klachten bij beladers. Een andere veelgebruikte inzamelmethoude zijn minicontainers.
Bij het voortduwen of achter zich aan trekken van voorwerpen, zoals minicontainers, kan overmatige belasting optreden. Hierbij moet niet alleen gelet worden op gewicht en afmetingen van de last, maar zeker ook op de aard van de ondergrond, de kwaliteit van de wielen en aanwezigheid van een helling. Daarnaast spelen ook factoren van degene die het werk uitvoert een rol, zoals lichaamafmetingen, kracht en ervaring.

Omdat het risico op fysieke overbelasting in de branche groot is, is er een specifieke norm opgesteld voor beladers van huishoudelijk afval opgesteld: de P90-norm.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie 
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke 

  • Voor inzamelen van huishoudelijk afval: P90-norm (samenvatting); deze norm geldt voor belading met afvalzakken, minicontainers van 240 liter en rolcontainers van 1100 liter.
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Verplaatsen 1100 liter rolcontainers huish. afval

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het inzamelen van afval worden 1100 liter rolcontainers verplaatst. Deze worden vaak gebruikt voor bedrijfsafval. Soms worden ze ook in woonwijken gebruikt voor huishoudelijk afval, bijvoorbeeld bij flats.
Bij het voortduwen of achter zich aantrekken van voorwerpen, zoals containers, kan overmatige belasting optreden. Hierbij moet niet alleen gelet worden op gewicht en afmetingen van de last, maar ook op de aard van de ondergrond, de kwaliteit van de wielen en aanwezigheid van een helling. Daarnaast spelen ook factoren van degene die het werk uitvoert een rol, zoals lichaamafmetingen, kracht en ervaring.
De containers zijn vaak zwaarder dan het toegestane maximale gewicht. Bovendien zijn de containers slecht te verplaatsen als de wielen in slechte staat van onderhoud zijn. Omdat het risico op fysieke overbelasting in de branche groot is, is er een specifieke norm opgesteld voor beladers van huishoudelijk afval opgesteld: de P90-norm.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet 

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie 
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Voor inzamelen van huishoudelijk afval: P90-norm (samenvatting); deze norm geldt voor belading met afvalzakken, minicontainers van 240 liter en rolcontainers van 1100 liter.

Pagina's

Abonneren op RSS - Gezondheid
randomness