Arbocatalogus Afvalbranche KENNISMAKING

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

veiligheid

Goedgekeurd door Inspectie SZW

Alleen werken op Milieustraat

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Een Milieustraat, die in voorkomende gevallen nog wordt aangeduid met de verouderde aanduiding Afvalbrengstation (ABS), kan beperkt en overzichtelijk in omvang zijn, maar is soms groot en onoverzichtelijk. In beide gevallen is het onvermijdelijk dat werkzaamheden door één medewerker worden uitgevoerd die:

  1. alleen aan het werk is, omdat er op dat moment geen collega is ingeroosterd of pauze heeft, of
  2. alleen aan het werk is, om dat er op dat moment geen andere persoon aanwezig is

Een 'alleenwerker' is een persoon die arbeid verricht buiten gehoorafstand of buiten het zichtveld, dus zonder dat er in de onmiddellijke nabijheid een tweede persoon lijfelijk aanwezig is. De alleenwerker is op zichzelf aangewezen voor zowel het goed verlopen van de werkzaamheden als voor de eigen veiligheid. Iemand die alleen werkt, loopt over het algemeen dezelfde risico's als een werknemer die dezelfde werkzaamheden in het bijzijn van een andere persoon uitvoert. Voor de alleenwerker is er wél een extra risico wanneer hij in een hulpbehoevende situatie komt en niet meer zelf in staat is om hulp van anderen in te roepen. Het extra risico voor iemand die alleen werkt, is dus vaak niet zozeer afhankelijk van de oorzaken, maar vooral van de mogelijke gevolgen van een bijzondere situatie zoals een ongeval.

Factoren die bij de oorzaak van een ongeval een rol kunnen spelen zijn:

  • de aard van de werkzaamheden zoals werken met KCA/KGA, vorkheftruck, shovel of hijsen
  • de werkomgeving
  • specifiek risicoverhogende factoren door het feit dat de medewerker alleen werkt
  • de gezondheid van de werknemer

Voorbeelden van incidenten met alleenwerk zijn:

  • een medewerker is onwel geworden als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen
  • agressie door een bezoeker van de milieustraat, soms gepaard met fysiek geweld
  • ongeval met klein chemisch afval nadat een burger het heeft afgegeven zonder direct toezicht van de milieustraatmedewerker
  • individueel gezondheidsfalen, zoals hartaanval, epilepsie of psychische aandoening (indien de bedrijfsarts (nog) geen arbeidsgezondheidskundig onderzoek heeft gedaan, specifieke maatregelen heeft voorgeschrevenof deze (nog) niet zijn geïmplementeerd)
  • verminderd reactievermogen door medicijngebruik
  • bedrijfshulpverlening is niet adequaat ingeregeld bijvoorbeeld omdat de restrisico's (nog) niet in de risico-inventarisatie zijn vastgelegd, er (nog) geen passende maatregelen zijn genomen om gevaren te voorkomen of de risico's te verminderen, of de hulpverlening (nog) niet is afgestemd op een incident met alleenwerk

Afhankelijk van de in de RI&E vastgestelde restrisico's dient een afweging plaats te vinden of alleenwerk op de milieustraat verantwoord is en onder welke voorwaarden op basis van het uitvoeren van:

  • een taakrisico-analyse
  • een individuele gezondheidskundig onderzoek door de bedrijfsarts
  • een nadere analyse op welke wijze het bhv-plan is afgestemd op de restrisico's en vergunningen

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de volgende beheersmaatregelen te nemen:

  • Beschrijven alleenwerk en maatregelen in RI&E
  • Vastleggen bhv-plan milieustraat
  • Voorlichten over alleenwerk bij milieustraat
  • Communiceren en alarmeren bij milieustraat
  • Registreren van incidenten met alleenwerk
  • Verbieden alleenwerk op milieustraat

Daarnaast dient alleenwerk onderdeel te zijn van het bhv-plan, het organiseren van bedrijfshulpverlening en het treffen van voorzieningen om adequate hulpverlening te bieden in geval van een incident bij de specifieke bedrijfsactiviteiten op de milieustraat.

De werkgever bepaalt in de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf of er aanvullend andere beheersmaatregelen worden genomen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Werken in een reinigingstrommel voor teerasfalt

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij de activiteit Bewerken van gevaarlijk afval wordt onderhoud gedaan aan de thermische reiniging voor het verwerken van teerhoudend asfalt. Daarbij is voor onderhoud soms betreding van de trommel noodzakelijk. Omdat de thermische reinigingstrommel een besloten ruimte is, dienen voorafgaand aan het uitvoeren van de beoogde handelingen de noodzakelijke voorzorgs- en beschermingsmaatregelen te worden genomen.

Wet- en regelgeving 

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

Bij het uitvoeren van werkzaamheden in de reinigingstrommel is het noodzakelijk om onderstaande maatregelen te nemen.

Alle wettelijke verplichtingen

  • Beschrijven besloten ruimte en maatregelen in RI&E
  • Geven werkinstructie - Betreden van besloten ruimte
  • Voorlichting over werken in besloten ruimte

Alle technische maatregelen

  • Treffen voorzieningen voor bedrijfshulpverlening

Alle organisatorische maatregelen

  • Aanwijzen mangatwacht
  • Meten gasconcentratie en damp-gas-luchtmengsel
  • Opstellen plan bedrijfshulpverlening (bhv)
  • Treffen voorzorgsmaatregelen besloten ruimte
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Hogedrukwaterreiniging

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

(Bron: paragraaf 4.8 van het voorschrift Veilig werken bij rioleringsbeheer)

Bij hogedrukwaterreiniging kan drukslag (stootgevaar) optreden of kan men blootgesteld worden aan water onder hoge druk, waardoor persoonlijk letsel kan optreden. Tevens kunnen hogdrukslangen (HD-slang) uit de put losschieten, waardoor een slang onder hoge druk ongecontroleerd kan rondzwaaien met kans op letsel.
 

Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Taken en verantwoordelijkheden

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Doel

Het doel van dit document is het vastleggen van de taken en verantwoordelijkheden bij het uitvoeren van het veiligheidsbeleid van de organisatie. Bij het nemen van maatregelen is er specifiek aandacht voor gebrek aan taalbeheersing bij laaggeletterden en anderstaligen en voor de veiligheid van uitzendkrachten en vrijwilligers.

Welke groepen zijn er op een bedrijfsterrein?

De groepen zijn:

  1. Eigen personeel en stagiairs (vast en tijdelijk)
  2. Mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (SROI)
  3. Uitzendkrachten
  4. Opdrachtnemers (aannemers)
  5. Vervoerders (vervoerders met VIHB registratieplicht, beroepsvervoerders en eigen vervoerders)
  6. Vrijwilligers
  7. Bezoekers (aanwezigen zonder werktaak)
Beschrijving van het risico 

Wie is verantwoordelijk voor veiligheid?

Vooraf moet worden opgemerkt dat de verantwoordelijk voor veiligheid juridisch behoorlijk gecompliceerd is. In onderstaande tekst wordt getracht in begrijpelijke taal een samenvatting van de wettelijke regels te geven. Dit betekent dat de tekst niet volledig is en nuanceringen zijn weggelaten. In de praktijk is er veel verwarring over de juiste interpretatie van de regels binnen bedrijven, al geven gerechtelijke uitspraken (jurisprudentie) veel houvast. Het verdient aanbeveling om bedrijfsjurist of externe jurist te raadplegen bij het opstellen van veiligheidsregels in het bedrijf en het houden van toezicht op de naleving ervan.

Verantwoordelijkheid werkgever

Uitgangspunt is dat iedere werkgever verantwoordelijk is voor de veiligheid van zijn eigen werknemers en van personen die onder zijn gezag werken zoals ingeleend personeel. Het afvalbedrijf (de inrichting) is verantwoordelijk voor de veiligheid en de gezondheid van de mensen die op het bedrijfsterrein komen en werken. Het gaat daarbij niet alleen om het eigen (ingehuurde) personeel en opdrachtnemers, maar ook om de veiligheid en gezondheid van bezoekende vervoerders en derden die geen werkzaamheden verrichten.

De werkgever van het afvalbedrijf is verantwoordelijk voor de veiligheid van het eigen personeel en stagiairs. Het afvalbedrijf is ook verantwoordelijk voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (SROI) die als onderdeel van een aanbesteding of overeenkomst verplicht worden ingehuurd of in dienst genomen zoals bijstandgerechtigden en reïntegrerende werknemers. Dit betekent ondermeer zorg voor een veilige werkomgeving en werkplek en de veilige uitvoering van de werkzaamheden waaronder de arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen die gebruikt worden.

Opdrachtgever

Het afvalbedrijf in de rol van opdrachtgever heeft de wettelijke verplichting om bij het verstrekken van de opdracht (aanbesteding) vast te stellen welke veiligheids- en gezondheidsaspecten van belang zijn bij de uitvoering van de werkzaamheden. De inlenende werkgever (opdrachtgever) is de primair verantwoordelijke partij voor het waarborgen van de veiligheid en de gezondheid, zoals het toezien op het dragen van zichtkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen, van uitzendkrachten die onder zijn toezicht en leiding arbeid verrichten, ook al heeft betrokkene een arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau (opdrachtnemer) dat verantwoordelijk is voor het selecteren, begeleiden en inzetten van betrokkene(n) voor het werk bij de inlenende partij. Opdrachtgever kan bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor het verzorgen van een algemene opleiding en het beschikbaar stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen bij het uitzendbureau leggen mits schriftelijk overeengekomen. De tekst van de paragraaf Instructies geven en toezicht houden van onderstaande maatregel Zorgen voor veiligheid van uitzendkrachten is verplicht.

Opdrachtnemer

Opdrachtnemers zijn bedrijven die voor bepaalde werkzaamheden (de opdracht) worden ingehuurd. Opdrachtnemers zijn bijvoorbeeld aannemers (contractors), onderaannemers (subcontractors), en ZZP-ers. De werknemers van een externe partij (opdrachtnemer) werken onder het gezag van de opdrachtnemende werkgever. De laatste is primair verantwoordelijk voor het borgen van de veiligheid en gezondheid van de werknemers die onder zijn gezag werken.

Hoewel ZZP-ers (zelfstandige opdrachtnemers) niet onder het gezag van de opdrachtgever vallen, geldt dat zij voor de arboregels (vrijwel) gelijk gesteld worden aan het eigen personeel, zeker als de opdracht in samenwerking met de eigen werknemers van de opdrachtgever wordt uitgevoerd.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgever en opdrachtnemer. Zo moet de opdrachtgever bijvoorbeeld zorgen voor een veilige werkomgeving (door risicoanalyse en adequate beheersmaatregelen) en de geldende veiligheidsregels binnen zijn inrichting in een aantoonbare afspraak (contract/overeenkomst) met de opdrachtnemer vastleggen. De opdrachtnemer is zelf verantwoordelijk voor de arbeidsmiddelen die ze meenemen en inzetten (keuringen, ontwerpeisen als machinerichtlijn, bijhorende opleidingen van zijn werknemers en het houden van toezicht). In geval van een incident zal Inspectie SZW altijd de feitelijke situatie onderzoeken en nagaan of zowel de opdrachtnemer (de werkgever van een slachtoffer) als de opdrachtgever hun verplichtingen hebben nageleefd.

Overige rollen

Als er op of buiten het bedrijfsterrein van het afvalbedrijf meerdere werkgevers leiding aan werkzaamheden geven, dan dient de opdrachtgever – dus het afvalbedrijf, altijd vooraf met de opdrachtnemer(s) af te spreken en (contractueel) vast te leggen wie voor welke veiligheidsaspecten verantwoordelijk is.

Vervoerders

Vervoerders werken niet in opdracht van afvalbedrijven, maar voeren wel werkzaamheden met en aan hun voertuig uit op diens locatie. Het afvalbedrijf dient huisregels voor de veiligheid op het bedrijfsterrein op te stellen, deze duidelijk en eenduidig kenbaar te maken en toezicht te houden op de naleving ervan. Onder huisregels vallen bijvoorbeeld verkeersregels, scheiding van zones en veiligheidssignaleringen die eenduidig en duidelijk zijn aangebracht op voor chauffeurs en bezoekers goed zichtbare plaatsen; pictogrammen hebben de voorkeur boven tekst vanwege taalbarrières. Deze groep bestaat uit vervoerders die vallen onder de registratieplicht VIHB en vervoerders die vallen onder de Wet Wegvervoer Goederen (beroepsvervoerder en eigen vervoerder).

Vrijwilligers

Soms worden vrijwilligers ingezet bij de inzameling van oudpapier. Een inzamelbedrijf is daarbij niet slechts faciliterend door het ter beschikking stellen van een inzamelvoertuig met chauffeur, maar heeft als opdrachtgever de verantwoordelijkheid voor ondermeer het verstrekken van zichtkleding, persoonlijke beschermingsmiddelen, en de instructie voorafgaand aan de papierinzameling, en het houden van toezicht op het dragen van zichtkleding, het gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen, en het naleven van de veiligheidsvoorschriften tijdens de papierinzameling. Binnen de branche wordt ingezien dat er aan het werken met vrijwilligers bijzondere veiligheidsrisico’s verbonden zijn en het beter is om deze reden uitsluitend goed opgeleide professionals in te zetten. Echter lokale overheden vereisen in aanbestedingen en lopende contracten nog de inzet van vrijwilligers van plaatselijke verengingen. De paragraaf Instructies geven en toezicht houden van onderstaande maatregel Zorgen voor veiligheid van vrijwilligers is verplicht.

Bezoekers

Voor de veiligheid van bezoekers is het afvalbedrijf, de eigenaar of gebruiker van het bedrijfsterrein, verantwoordelijk.

Veiligheid en communicatie

Het niet voldoende begrijpen van mondelinge en schriftelijke veiligheidscommunicatie zoals regels, geboden en verboden leidt tot miscommunicatie, mogelijk met een ongeval tot gevolg. Voorbeelden van communicatie over veiligheid zijn:

  • trainingen en onderricht
  • instructies, werkoverleg en toolboxmeetings tijdens het werk
  • mondelinge instructies en veiligheidswaarschuwingen op het werk die betrokkene zelf onvoldoende kan geven aan een ander of niet goed kan begrijpen van een ander
  • veiligheidsdocumentatie zoals bedrijfsregels, terreinregels, instructiefilm, laad- en losinstructies, noodprocedure bij calamiteit/alarm/ongeval/ontruiming
  • pictogrammen zoals op waarschuwingsborden en in bedieningsfuncties
  • specifieke instructies, gebruikshandleidingen, procedures en dergelijke
  • communicatie bij een dreigend incident of calamiteit

Taaleis bij gereglementeerde beroepen

Voorbeelden van gereglementeerde beroepen zijn asbestverwijderaar, machinist mobiele bouwkraan (art. 7.32 Arbobesluit) en veiligheidskundige. Voor het uitoefenen van gereglementeerde beroepen, met name beroepen waarvoor een certificaat nodig is, geldt een wettelijke taaleis. Certificaathouders moeten de Nederlandse taal beheersen. Indien een groep samenwerkende mensen onderling in een andere taal begrijpelijk communiceert, is dat toegestaan. Ook bij functies waarin werkzaamheden met gevaarlijk afval worden verricht zoals het inzamelen van chemisch afval (bij bedrijven, de Milieustraat en chemokar), is aandacht voor voldoende taalbeheersing vereist.

Extreme weersomstandigheden

Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor. Voorbeelden zijn hevige wind en windstoten met stormkracht, gladheid door sneeuw en ijzel, tropische temperaturen tijdens de zomermaanden en onweer met zware regenbuien. Het weer beïnvloedt direct het werk in de afvalbranche, maar er kunnen heel grote verschillen tussen de regio’s in Nederland optreden. Dat maakt dat het beoordelen van de lokale weersomstandigheden alleen ter plekke kan worden gedaan. De actuele weersomstandigheden per regio zijn op het internet en via de radio uitstekend te volgen, met name als er sprake is van een weeralarm.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Werken in kruipruimte

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Een kruipruimte is een lage ruimte onder de begane grondvloer van een woning of kantoorgebouw die veelal wordt bereikt door een kruipluik. Bij de activiteit rioleringsbeheer worden kortdurende werkzaamheden aan de binnenriolering verricht, zoals bij het verhelpen van een verstopping in een PVC-leiding.

Het werken in een kruipruimte brengt specifieke gevaren en risico's met zich mee. Gevaren die kunnen optreden zijn: bedwelming, beknelling, valgevaar, elektrocutie en vuile of vochtige ondergrond.

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de volgende beheersmaatregelen te nemen:

  • Beschrijven besloten ruimte en maatregelen in RI&E
  • Geven werkinstructie - Betreden van besloten ruimte
  • Voorlichten over werken in besloten ruimte
  • Meten gasconcentratie en damp-gas-luchtmengsel
  • Aanwijzen mangatwacht
  • Treffen voorzieningen voor bedrijfshulpverlening
  • Opstellen van bhv-plan
  • Organiseren van bedrijfshulpverlening
  • Optioneel: Uitvoeren van LMRA kruipruimte

Belangrijk:

Er zijn specifieke maatregelen noodzakelijk bij het betreden van besloten ruimten zoals:

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Werken in ruimte vóór het uitdrukschot van een kraakperswagen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij de activiteit Inzamelen van huishoudelijk en bedrijfsafval worden kraakperswagens ingezet. De ruimte vóór het uitdrukschot van de kraakperswagen is een besloten ruimte. Het betreden van de ruimte vóór het uitdrukschot is alleen toegestaan na het nemen van de voorzorgsmaatregelen voor besloten ruimten.

Naast de algemene gevaren van het werken in een besloten ruimte, is de kans op zwaar lichamelijk letsel of de dood is zeer groot wanneer het uitdrukschot in werking treedt.

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de volgende beheersmaatregelen te nemen:

  • Beschrijven besloten ruimte en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over werken in besloten ruimte
  • Meten gasconcentratie en damp-gas-luchtmengsel; gasmeten is niet nodig indien de afvalopslagruimte van de kraakperswagen leeg is gestort
  • Aanwijzen mangatwacht
  • Geven werkinstructie Betreden ruimte vóór het uitdrukschot van de kraakperswagen
  • Opstellen bhv-plan

De werkgever bepaalt in de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf of er aanvullend andere beheersmaatregelen worden genomen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Valgevaar van ladder of trap

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Het gebruik van ladders of trappen als werkplek op hoogte is niet toegestaan, tenzij het gaat om lichte en kortstondige werkzaamheden op wisselende locaties, en alleen onder strikte voorwaarden. Mobiele ladders zijn bedoeld om een hoger (of lager) gelegen niveau te bereiken en (in principe) niet als werkplek.

Er bestaat een duidelijk verband tussen de hoogte waarvan iemand valt en de ernst van het letsel of de kans op sterfte. Uit onderzoek blijkt dat de kans op botbreuken, ernstig letsel en sterfte toeneemt bij een toenemende valhoogte. Op basis van de beschikbare kennis is er, volgens de Gezondheidsraad, geen veilige grens voor de valhoogte vast te stellen. Vallen van een hoogte lager dan 2,5 m kan namelijk tot (blijvend) letsel leiden. Een hoogte van 2,5 meter wordt in het Arbobesluit als norm gehanteerd. Toch verplicht het Arbobesluit ook tot het nemen van maatregelen bij lagere werkhoogten indien valgevaar bestaat (zorgplicht).

Definitie van een ladder

De definitie van een ladder is: draagbaar klimmaterieel bestaande uit stijlen (ladderbomen), sporten en beslag. Er zijn enkele en meerdelige niet vrijstaande ladders: schuif- of optrekladders, telescopische ladders, en opsteekladders, en meerdelige vrijstaande ladders (A-ladders of reformladders) en vouwladders.

Definitie van een trap

Trappen zijn draagbaar klimmaterieel met een vaste lengte, bestaande uit stijlen (bomen) en (platte) treden. De trap kan zijn voorzien van een platform; dit heet een bordestrap. Er zijn enkel oploopbare trappen zoals bordes- en schilderstrappen en dubbel oploopbare trappen. De arbeidsomstandigheden bij het gebruik van ladders en trappen zijn vaak mede afhankelijk van anderen zoals opdrachtgevers, ontwerpers, werkvoorbereiders en fabrikanten van hulpmiddelen en gereedschappen.

Beschrijving van het risico 

In de afvalbranche worden mobiele ladders en trappen gebruikt om een niveauverschil te overbruggen ondermeer bij het ontstoppen of reinigen van dakgoten. Het gebruik van een draagbare ladder of trap brengt het gevaar van vallen van hoogte met zich mee. Bij een val kan letsel of blijvend letsel ontstaan, in het ergste geval met de dood tot gevolg. In Nederland overlijden jaarlijks gemiddeld 18 werknemers na een val van hoogte tijdens het werk en worden er 1.230 opgenomen in een ziekenhuis. Ook in de afvalbranche komt een valongeval relatief vaak voor, zo blijkt uit de ongevalsanalyse van 504 arbeidsongevallen in de periode 1998-2009. In deze periode is 22 keer een val van ladder of trap gemeld, in 3 gevallen met blijvend letsel tot gevolg.

In de afvalbranche moet voorafgaand aan het werk worden nagegaan of de voorgenomen werkzaamheid echt met een ladder moet worden uitgevoerd. Andere oplossingen dan de ladder als werkplek verdienen de voorkeur. Als er geen (operationeel-economische) belemmeringen zijn, moet worden gekozen voor het veiligste arbeidsmiddel. Een vast bordes, een hoogwerker of een steiger is vaak veiliger dan het gebruik van een ladder.

Verbod op gebruik van ladder of trap

Het gebruik van een ladder of trap is niet toegestaan indien:

  • de stahoogte van de voeten hoger is dan 7,5 m voor een ladder en 3,5 m voor een trap, of
  • de opgetelde (effectieve) statijd van het project is langer dan 6 uur of per persoon langer is dan 2 uur verspreid over een werkdag, of
  • de krachtsuitoefening op gereedschap groter is dan 10 kg (100 N), of
  • de reikwijdte op de ladder meer is dan 1 armlengte.
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Valgevaar bij steigers

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Jaarlijks vinden tussen 1.000 en 1.500 ongelukken bij het werken op hoogte plaats. Om het aantal ongevallen te verminderen, is sinds 2004 de richtlijn ‘Werken op hoogte’ van kracht. Werken op hoogte mag alleen vanaf een veilige en ergonomisch verantwoorde steiger, stelling, bordes of werkvloer. Een dergelijke constructie is verplicht wanneer op 2,5 meter hoogte of hoger wordt gewerkt. Een ladder mag in verreweg de meeste gevallen niet meer als werkplek worden gebruikt. Een ladder moet vooral gezien worden als een middel waarmee mensen zich kunnen verplaatsen. In de afvalbranche komt het werken op steigers voor tijdens het verrichten van onderhoud. Met name in afvalenergiecentrales is dat het geval.

De gevaren van werken op steigerwerk bestaan ondermeer uit:

  • van hoogte vallen
  • door een opening van een werkvloer vallen 
  • getroffen worden door een vallend voorwerp 
  • het omvallen van een steiger door onvoldoende verankering 
  • bezwijken of inschranken van een steiger ten gevolge van overbelasting of verkeerde montage
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Ongunstige werkhouding

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Werken in een ongunstige houding is een zware belasting voor het lichaam. Daarbij gaat het zowel om langdurig werken in een op zich goede werkhouding als om het regelmatig aannemen van houdingen waarbij gewrichten in een afwijkende stand komen. De belasting is nog groter als tijdens een ongunstige werkhouding ook kracht wordt uitgeoefend. Beïnvloedende factoren zijn dus de mate waarin de houding belastend is, de tijd dat de houding wordt aangenomen, de krachten die moeten worden uitgeoefend en de mate van afwisseling.
Ongunstige werkhoudingen kunnen het lichaam overbelasten. Rug, spieren, gewrichten en pezen kunnen overbelast raken, waardoor spier- en peesontstekingen of gewrichtsklachten dan wel andere gezondheidsklachten ontstaan.

In voertuigen

Machinisten en chauffeurs verrichten fysieke arbeid onder ongunstige omstandigheden en met ongunstige werkhoudingen. Chauffeurs hangen bijvoorbeeld uit het raam om te kijken of de werkzaamheden goed gaan en zitten hierbij met een naar achteren gedraaide rug. Doordat machinisten en chauffeurs een zittend beroep hebben, krijgen ze vaak te weinig lichaamsbeweging. Deze bewegingsarmoede vergroot de kans op onder meer rugklachten, pijnklachten aan pezen, gewrichten en spieren, overgewicht en andere ziekten.

Wet en regelgeving 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Veelvuldig repeterende bewegingen en RSI

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Als kortdurende handelingen een lange tijd achter elkaar worden uitgevoerd kan eenzijdige belasting van bepaalde spiergroepen ontstaan. Dergelijke bewegingen worden repeterend genoemd wanneer zij zich gedurende minimaal twee uur per dag voordoen of minimaal één uur achter elkaar voorkomen. Veelvuldig repeterend bewegen kunnen leiden tot RSI-klachten zoals ontstekingen aan gewrichten, pezen, zenuwen en peesscheden. Er worden mechanische oplossingen ontwikkeld, zoals mechanische belading om fysieke belasting te voorkomen. Dit geeft minder risico’s op zwaar lichamelijk werk, maar het betekent wel een groter risico van repeterende bewegingen en RSI.
Bij het inzamelen met front- en zijladers maakt de belader gebruik van een joystick. Dit soort werkzaamheden zijn gevoelig voor klachten zoals RSI. Bij het gebruik van joysticks dient te worden voldaan aan de ergonomische eisen.
Repeterend bewegen bij rioleringsbeheer betekent met een bepaalde frequentie een korte cyclus doorlopen, zoals: openen van een put, leegzuigen, terugplaatsen van het putdeksel.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

 Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke 

  • Repeterende bewegingen zijn handelingen met een cyclus van minder dan 90 seconden die langer dan 2 uur per dag worden uitgevoerd of langer dan 1 uur achter elkaar.

Pagina's

Abonneren op RSS - veiligheid