Arbocatalogus Afvalbranche KENNISMAKING

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

veiligheid

Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Transport van gevaarlijk afval

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Dit onderdeel is niet getoetst, omdat eisen aan voertuigen zijn beschreven en dat is niet geregeld in de Arbowet.

Beschrijving van het risico 

Gevaarlijk afval is afval dat gevaarlijk is voor mens, dier of milieu. Enkele voorbeelden van gevaarlijk afval zijn asbesthoudend afval, afvalstoffen die zware metalen, polychloorbifenyleen (PCB’s), bestrijdingsmiddelen, (minerale) oliehoudende afvalstoffen, oplosmiddelhoudend afval, batterijen en accu’s.

De Europese afvalstoffenlijst (EURAL) bevat circa 800 verschillende afvalstoffen, deels gerangschikt naar herkomst, namelijk de bedrijfstak of bedrijfsactiviteit waarbij de afvalstof vrijkomt of naar soort van afvalstof. Elke afvalstof is voorzien van een zes-cijferige code (euralcode). De afvalstoffen waarvan deskundigen hebben vastgesteld dat deze per definitie als gevaarlijk moeten worden beschouwd zijn te herkennen aan een * (ster) achter de euralcode. Afvalstoffen waarvan is bepaald dat ze altijd als niet-gevaarlijk mogen worden beschouwd hebben geen toevoeging.

Gevaarlijk afval dat wordt ingezameld, wordt veelal getransporteerd vanaf het inzameladres van de ontdoener naar het adres waar de afvalstoffen worden bewerkt of verwerkt. Afhankelijk van de soort en de hoeveelheid afvalstof bestaan risico's bij het laden, vervoeren en lossen. Indien gevaarlijke stoffen uit een verpakking of transportvoertuig vrijkomen, ontstaat het er een risico op blootstelling. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer gevaarlijk afval vanuit een kleine verpakking wordt omgepakt in een grotere verpakking; hier zijn meer voorbeelden van kans op blootstelling opgenomen. Blootstelling aan gevaarlijke stoffen kan diverse gevolgen hebben, zoals brandwonden, vergiftigingen, huidaandoeningen en dergelijke. Bij een ontvlambare of licht ontvlambare vloeibare afvalstof kunnen brandbare dampen ontstaan. Hierdoor is er gevaar voor brand of explosie.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Beknellingsgevaar

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

In de afvalbranche wordt veelvuldig gewerkt met, aan en in complexe machines en installaties. Bij de normale bedrijfsvoering zijn noodzakelijke beveiligingen aangebracht en worden deze gebruikt. Op machines moet een voorziening voor een noodstop aanwezig zijn. Arbeidsmiddelen met gevaar voor beknelling in de afvalbranche zijn ondermeer: 

  • kraakperswagen, de perscontainer, de autolaadkraan, op- en afladen van containers of andere bewegende delen bij inzamelen
  • op- en afladen van containers en vallende materialen bij de milieustraat
  • breekmachines, shredders en sorteerbanden bij bewerken
  • verkleiner, ventilatoren, shredders, transportbanden, pompen, zeeftrommels of omzetmachines bij composteren en vergisten
  • verkleiner (voorscheiding), rotorschaar, ventilatoren, shredders, pompen, zeeftrommels, omzetmachines of transportbanden bij afvalenergiecentrales
  • klep van containerauto, grijper en compactor bij storten

Bij het verhelpen van storingen bestaat de kans dat lichaamsdelen in een onderdeel van het arbeidsmiddel bekneld raken. Lichaamsdelen kunnen bekneld raken doordat machines onverwacht in beweging komen, bewegende delen sneller bewegen dan verwacht of als iemand denkt snel iets uit de weg te kunnen halen. Bij beknelling van lichaamsdelen kan ernstig letsel ontstaan. Daarom is het noodzakelijk om altijd voldoende beveiligingen op de arbeidsmiddelen en toezicht op het naleven van werkinstructies te hebben, zowel voor het reguliere werk als bij het verhelpen van storingen; ook bij onderhoud, reparaties en schoonmaak zjn maatregelen nodig om beknelgevaar te voorkomen.

De maatregel Geven werkinstructie is verplicht bij het bedienen van arbeidsmiddelen. Er zijn voorbeeld werkinstructies beschikbaar voor:

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Analyse van ongevallen in de afvalsector 1998-2009, RIVM
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Elektrocutiegevaar

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Afvalenergiecentrales

Afvalenergiecentrales (AEC’s) produceren elektriciteit. In AEC's komen daarom installaties met laagspanning en hoogspanning voor. Ook bij vergisting en met stortgas wordt elektriciteit en/of warmte geproduceerd. Bovendien kan zich elektrocutie voordoen bij het werken met elektrische apparaten.
Bij het werken in vochtige of met afvalwater gevulde riolen dienen er strenge eisen gesteld te worden aan het gebruik van elektrische apparaten. Indien dit niet gebeurt, bestaat er gevaar voor elektrocutie.

Bij het werken aan elektrische installaties bestaat de kans op elektrocutie. De twee grote risico's van elektriciteit zijn:

  • Het aanraken van draad of apparaat dat onder spanning staat. Dit geeft een stroom door het lichaam die direct dodelijk kan zijn
  • Het maken van kortsluiting. Op de plaats van de kortsluiting kan een vuurbal (vlamboog) ontstaan die voor ernstige brandwonden veroorzaakt.

De meeste ongelukken gebeuren door slechte aanleg danwel onvoldoende (deskundig) onderhoud van installaties, werken aan installaties met ondeugdelijk materiaal en mensen zonder de juiste kennis, opleiding en ervaring.

Rioleringsbeheer

Als er bij werkzaamheden aan een riool gebruik wordt gemaakt van elektrische apparatuur, of deze nu buiten of binnen het riool worden gebruikt, dient er rekening gehouden te worden met gevaar van elektrocutie. Daarom moet veilige apparatuur worden gebruikt zoals in de maatregel Gebruiken geschikte arbeidsmiddelen is beschreven.

Wet en regelgeving 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Verplaatsen 2500-, 3000- en 5000-liter rolcontainers

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het voortduwen of achter zich aantrekken van voorwerpen, zoals containers, kan overmatige belasting optreden. Hierbij moet niet alleen gelet worden op gewicht en afmetingen van de last, maar zeker ook op de aard van de ondergrond, de kwaliteit van de wielen en aanwezigheid van een helling. Daarnaast spelen ook factoren van degene die het werk uitvoert een rol, zoals lichaamafmetingen, kracht en ervaring. Afhankelijk van de belading kan het gewicht van een rolcontainer van 2500 liter en groter, aanzienlijk zijn. Hoe zwaar een container precies wordt, is moeilijk te bepalen. Indien bij de plaatsing van een dergelijke container niet goed op de omgevingsfactoren wordt gelet, kunnen medewerkers bij het ledigen van de container overmatig worden belast. Als de medewerkers bijvoorbeeld een volle 3000 liter container over een klinkerstraatje moeten duwen, dan houdt dat in dat zij daarbij een behoorlijke krachtinspanning moeten leveren. Dit moet altijd worden voorkomen. Bij omgevingsfactoren moet gedacht worden aan:

  • de ondergrond waar de container op geplaatst wordt 
  • de ondergrond van de route naar de kraakperswagen
  • hellingen waar de rolcontainer tegen op of vanaf moet worden gereden
  • drempels waar de rolcontainer overheen gereden moeten worden
  • richels waar de rolcontainer in kan blijven steken
  • bochten in het traject van de plek waar de rolcontainer staat naar de kraakperswagen
  • bewegingsruimte om de rolcontainer heen

Ook kan tevoren rekening worden gehouden met het soort afval dat in de container wordt gedaan.

Om te kunnen blijven voldoen aan de huidige wet- en regelgeving (richtlijnen) dient bij de plaatsing van een rolcontainer rekening te worden gehouden met het feit dat deze zonder overmatige fysieke belasting geledigd moet kunnen worden. Om discussies achteraf te voorkomen over wat wel en wat niet valt onder onjuiste plaatsing of overmatige fysieke belasting zijn ondermeer afspraken met ontdoeners nodig om voornoemde risico’s zoveel als mogelijk te voorkomen.

 

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)
Meer informatie 
  • Er is geen norm gesteld voor de piekbelasting veroorzaakt door een (zware) 2500 liter of nog grotere rolcontainers.

 

Goedgekeurd door Inspectie SZW

Verplaatsen 1100 liter rolcontainers bedrijfsafval

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het inzamelen van afval worden 1100 liter rolcontainers verplaatst. Deze worden vaak gebruikt voor bedrijfsafval. Soms worden ze ook in woonwijken gebruikt voor huishoudelijk afval, bijvoorbeeld bij flats.
Bij het voortduwen of achter zich aantrekken van voorwerpen, zoals containers, kan overmatige belasting optreden. Hierbij moet niet alleen gelet worden op gewicht en afmetingen van de last, maar ook op de aard van de ondergrond, de kwaliteit van de wielen en aanwezigheid van een helling. Daarnaast spelen ook factoren van degene die het werk uitvoert een rol, zoals lichaamafmetingen, kracht en ervaring.
De containers zijn vaak zwaarder dan het toegestane maximale gewicht. Bovendien zijn de containers slecht te verplaatsen als de wielen in slechte staat van onderhoud zijn.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet 

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie 
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)

 

Goedgekeurd door Inspectie SZW

Containerdeur

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document

Zowel bij deuren onder spanning als bij slecht functionerend hang- en sluitwerk kan een containerdeur openklappen en daarbij mensen ongelukkig raken. Bovendien kan daarbij afval uit de container vallen op de medewerker of op een omstander, hetgeen gevaar oplevert voor vallende voorwerpen of het rechtstreeks in contact komen met afval. Het is dus belangrijk goed op te letten bij het openen van een container.

Beschrijving van het risico 

Deuren onder spanning

Bij te sterk verdichte afzetcontainers staat er spanning op de deuren, waardoor sluitingen in elkaar haken. Door het aanstampen van de lading worden de zijwanden van de container naar buiten gedrukt. Het naar buiten drukken van de zijwanden veroorzaakt de spanning op de deuren. Het gevaar van deze spanning is dat deze weer vrijkomt bij het openen van de deuren. Afhankelijk van de spanning die op de deuren staat, gaat het openen van de deuren met meer of minder kracht gepaard.

De spanning op een deur is van buitenaf niet altijd te zien, maar wel waarschijnlijk als de afzetcontainer lastig te openen is.
Als de medewerker de deur vanaf de zijkant opent, loopt hij zelf geen direct gevaar. De deur kan dan nog wel een omstander raken, die zich in de draaicirkel van de containerdeur bevindt.

 

 

Er zijn visuele kenmerken waaraan een afzetcontainer op spanning kan worden herkend; zie zichtbare kenmerken van op spanning staande containers.

Verder is een containerdeur onder spanning te herkennen aan de volgende kenmerken:

 

 

  • als bekend is dat de container werd gevuld met een kraan en/of shovel;
  • de borgpen van de hendelvergrendeling moeilijk los te krijgen is, omdat de hendel kracht uitoefent tegen de borgpen;
  • je grote weerstand ondervind bij het induwen van de hendel die vanwege de spanning verbogen kan zijn;
  • de deuren moeilijk te openen zijn wanneer de containerdeuren al ontgrendeld zijn.

 

Containers met dubbele deuren hebben een dubbele sluiting:
- een ondervergrendeling die vanaf de zijkant geopend wordt, en
- een achtervergrendeling die van achteren geopend moet worden.
Als de ondervergrendeling niet aanwezig is of niet gebruikt wordt, kan bij het verwijderen van de borgpen de sluitstang van de achtersluiting plotseling, met veel kracht losschieten.

 

De volgende incidenten en bijna-incidenten (near misses) hebben zich voorgedaan tijdens het openen van afzetcontainers:

  • De ontgrendelingshendel slaat tegen de werknemer tijdens het ontsluiten van de containerdeuren;
  • De containerdeur slaat tegen de werknemer tijdens het openen van de containerdeuren;
  • Het vallen van afval op de werknemer tijdens het openen van de containerdeuren;
  • De deurketting maakt contact met de werknemer tijdens het openen van de containerdeuren;
  • De containerdeur valt tijdens het openen uit de container.

De meest voorkomende letsels zijn kneuzingen, schaafwonden en snijwonden. In mindere mate ernstige letsels zoals breuken, interne trauma’s en verstuikingen. Het lichaamsdeel dat het meest frequent wordt getroffen is het hoofd! In mindere mate de armen, de benen, de handen, de vingers en de romp.

Belangrijk: blijf altijd buiten de draaicirkel van de containerdeur! En draag veiligheidshelm en handschoenen tijdens het openen van de container. Zie de voorbeeld werkinstructie Veilig openen van een afzetcontainer.

Slecht functionerend hang- en sluitwerk

Bij slecht functionerend hang- en sluitwerk kan een containerdeur plotseling openklappen. Slecht functionerend hang- en sluitwerk van containers kan leiden tot beknelling, verwonding of ernstig letsel.
Gecontroleerd onderhoudsmanagement of een registratiesysteem voor onderhoud kan slecht functioneren van containers, voornamelijk van het hang- en sluitwerk, voorkomen.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie 
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 3.2 Arbobesluit inzake Algemene vereisten 
  • Artikel 3.15 Arbobesluit inzake Markering gevaarlijke plaatsen 
  • Artikel 3.17 Arbobesluit inzake Voorkomen gevaar door voorwerpen, producten, vloeistoffen of gassen
  • Hoofdstuk 8, afdeling 1 Arbobesluit inzake Persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Artikel 8.10 Arboregeling inzake Soorten borden

 

Meer informatie 
  • Analyse van ongevallen in de afvalsector 1998-2009, RIVM
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Chemische reacties bij opbulken

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Vaak worden gevaarlijke afvalstoffen in tanks opgeslagen. Deze tanks moeten worden gevuld. Als stoffen naar de verkeerde tank worden gepompt bestaat de kans op een chemische reactie zoals:

  • polymerisatie
  • opwarming van de vloeistof
  • vrijkomen van gevaarlijke dampen of gassen
  • explosie
  • implosie

Afhankelijk van de reactie verschillen ook de effecten zoals brand- en ontploffingsgevaar en blootstelling aan gevaarlijke stoffen met als gevolg bijvoorbeeld brandwonden, vergiftigingen, huidaandoeningen en dergelijke.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Analyse van ongevallen in de afvalsector 1998-2009, RIVM
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Heet werk

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

In de afvalbranche is regelmatig heet werk nodig. Heet werk bestaat uit snijbranden, lassen en stiflassen. Naast algemene risico's die elders zijn beschreven zoals het werken in een besloten ruimte, het ontstaan van brand en de blootstelling aan lawaai geluid, kennen deze werkzaamheden een heel specifiek risico, namelijk het ontstaan van rook. Lasrook ontstaat door het verdampen van metaal, vooral aan het oppervlak van de afsmeltende druppels van het toevoegmateriaal. Door het reageren van deze metaaldamp met de omgevingslucht worden metaaloxiden en metaalnitriden gevormd. Na afkoeling gaan deze oxiden en nitriden over in vaste vorm en blijven als fijne deeltjes in de lucht zweven. Lasrook is een damp die de atmosfeer in de werkomgeving verontreinigt. Inademing van lasrook is zeer slecht voor de gezondheid en leidt tot kortademigheid.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Basisinspectiemodule van Inspectie SZW Lasrook (2016)

Snijbranden

Snijbranden vindt plaats met acetyleen gasflessen. Bij de verbranding van het brandgas acetyleen met zuivere zuurstof ontstaat een vlam met een hoge temperatuur, boven de 3000 graden Celsius. Het is het enige gasmengsel dat een verbrandingstemperatuur heeft hoog genoeg om staal te doen smelten en een aanvaardbare laskwaliteit te verkrijgen. Zuurstof laat een vuur zeer fel branden en een mengsel van zuurstof en een brandbaar gas kan een explosie veroorzaken. Het is noodzakelijk dat de zuurstofcilinders gescheiden van de flessen met brandbare gassen worden opgeslagen. In deze opslagruimte mogen geen andere brandbare materialen staan.

Lassen

Er zijn twee hoofdgroepen lastechniek, namelijk het smeltlassen en het druklassen. Bij het smeltlassen komt de verbinding tot stand vloeibare toestand, meestal zonder druk en met of zonder een toevoegmateriaal.
Booglassen, autogeenlassen en bundellassen zijn voorbeelden van de smeltlastechniek. Bij druklassen komt de verbinding onder druk tot stand en meestal zonder toevoegmateriaal. Weerstandlassen is een voorbeeld van een druklastechniek.

Stiftlassen

Stiftlassen wordt toegepast om kleine bouten, stukken rond of andere kleine voorwerpen op een plaat te bevestigen. Dit wordt gedaan met een kortstondige elektrische boog tussen de stift en het materiaal. Nadat het materiaal en de stift zijn gesmolten wordt de stift met grote kracht het materiaal ingeschoten.

Goedgekeurd door Inspectie SZW

Werken met spuitkop

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij het reinigen van (hoofd)riolen doet zich het risico voor van een terugkomende slang (terugslag) met spuitkop uit de put. Als dit gebeurt, ontstaat een onveilige situatie voor de machinist, de andere reiniger(s) van het riool en eventuele omstanders. Om het risico van een terugkomende slang bij het reinigen van het (hoofd)riool zo veel mogelijk te beperken, moeten maatregelen worden genomen.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie 
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Artikel 3.17 Arbobesluit inzake Voorkomen gevaar door voorwerpen, producten, vloeistoffen of gassen
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Vallende voorwerpen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Zeker in afvalenergiecentrales wordt regelmatig boven en onder elkaar gewerkt. In veel gevallen wordt gewerkt op roostervloeren. Ook bij andere vormen van afvalbe- en verwerking kan het voorkomen dat mensen boven en onder elkaar werken.
Het is dus goed mogelijk dat gereedschappen en onderdelen naar beneden vallen. Ook het werken met of nabij containers brengt risico's met zich mee, zoals afval dat uit de containers valt.

Vallende onderdelen en gereedschappen kunnen leiden tot direct letsel aan personen maar het is ook mogelijk dat iemand schrikt doordat er iets naast hem valt. De schrikreactie kan leiden tot nieuwe incidenten (aanraken hete delen, verstappen etc.). Ook contact met afval kan leiden tot letsel.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 3.15 Arbobesluit inzake Markering gevaarlijke plaatsen
  • Artikel 3.17 Arbobesluit inzake Voorkomen gevaar door voorwerpen, producten, vloeistoffen of gassen
  • Artikel 8.4 Arbobesluit inzake Algemene vereisten veiligheids- en gezondheidssignalering
  • Hoofdstuk 8 Arboregeling inzake Veiligheids- en gezondheidssignalering, met name artikel 8.10 inzake Soorten borden
Meer informatie 
  • Analyse van ongevallen in de afvalsector 1998-2009, RIVM

Pagina's

Abonneren op RSS - veiligheid
randomness