Arbocatalogus Afvalbranche KENNISMAKING

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

veiligheid

Goedgekeurd door Inspectie SZW

Aanrijdgevaar eigen terrein

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

De vele verkeersbewegingen op het terrein vormen één van de grootste risico’s op terreinen waar afval be- of verwerkt wordt. Op het terrein rijden vrachtwagens, shovels en ander gemotoriseerd verkeer en lopen acceptanten, chauffeurs, andere medewerkers en ook bezoekers rond. Met name op terreinen waar diverse activiteiten ontplooid worden, kunnen verkeersbewegingen voor de aan- en afvoer van afval bij de verschillende los- en laadplaatsen elkaar kruisen. Op stortplaatsen komt hier het verkeer van compactors en dumpers bij. En op de milieustraat zijn behalve de professionals ook klanten, veelal met personenwagens aanwezig, voor wie dit geen dagelijkse bezigheid is. Daarnaast worden wegen op de stortplaats regelmatig verlegd, bijvoorbeeld bij ingebruikname van een nieuw stortfront (zie ook: begaanbaarheid en zicht).
Al deze factoren vergroten het risico van aanrijdgevaar. Aanrijdingen kunnen vanaf binnenkomst tot vertrek plaatsvinden op het gehele terrein.

Het risico op aanrijdingen bestaat met name op drukke en onoverzichtelijke punten waar aan- en afvoer plaatsvindt of waar routes elkaar kruisen. Aanrijdingen kunnen plaatsvinden tussen vrachtwagens onderling maar ook tussen vrachtwagen en personen zoals toezichthouders, schoonmakers, andere chauffeurs en bezoekers. De gevolgen van een aanrijding kunnen beperkt blijven tot materiële schade, maar een aanrijding kan ook tot ernstige verwondingen of zelfs overlijden leiden.

Wet en regelgeving 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Hijswerkzaamheden

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

In de afvalbranche worden vanwege de hoogteverschillen regelmatig (hijs)kranen gebruikt om lasten naar beneden of naar boven te takelen. Bijvoorbeeld worden ondergrondse containers gehesen bij het inzamelen van afval en bij afvalenergiecentrales vinden werkzaamheden plaats op verschillende niveaus, waarbij mensen boven en onder elkaar werken. Verder zijn er werkzaamheden met autolaadkranen en verreikers met hijsfunctie.

Het hijsen en heffen van lasten heeft onder meer de volgende gevaren:

  • niet goed balanceren van de lasten
  • niet toepassen speciale hijsgereedschappen
  • aanslaan van de last aan de punt van de haak
  • uit de strop vallen van de last
  • gebruiken van kettingen met kleine eindschalmen
  • bewegen van kraandelen
  • kantelen van de kraan

Hierbij kunnen mensen door de last dan wel de kraan geraakt worden, mogelijk met ernstige gevolgen. De gevolgen kunnen uiteenlopen van beschadigen van materieel, tot beknelling van lichaamsdelen en fataal geraakt worden door de kraan dan wel de last.

Wat is verplicht?

Hijswerkzaamheden zijn verboden vanaf windkracht 6 en tijdens onweer.

Het toepassen van de volgende maatregelen is verplicht:

  • Wettelijk verplichte maatregelen Beschrijven van vallende en wegschietende voorwerpen in de RI&E, voorlichten over vallende en wegschietende voorwerpen, en het geven van werkinstructie
  • Maatregel Werken volgens regels (mobiele) hijskranen
  • Paragraaf Wat is verplicht? en paragraaf Hef- en hijswerkzaamheden van maatregel Gebruiken gekeurde arbeidsmiddelen
  • Stellen van eisen aan de deugdelijkheid van hijskranen
  • De geboden van de voorbeeldwerkinstructie Hijsen en aanslaan van hijslast
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • Analyse van ongevallen in de afvalsector 1998-2009, RIVM
  • Arbo-informatieblad AI 17 "Hijs- en hefgereedschap en veilig hijsen"
Beschrijving van het risico 

Bij het shredderen van hout komt stof vrij. Dit vrijkomende houtstof kan door werknemers worden ingeademd of op de huid terecht komen, waarna negatieve effecten op de gezondheid kunnen ontstaan. Naast gezondheidseffecten is hout een brandstof en ontstaat onder bepaalde omstandigheden gevaar voor stofexplosie. Een stofontploffing kan optreden als houtstof in fijn verdeelde vorm wordt opgewerveld, zoals in een stofzak van een afzuiging, én intensief met lucht -of een ander zuurstofhoudend gas- wordt gemengd voordat hierbij een ontsteking komt.

Het gezondheidseffect van de verschillende houtsoorten is verschillend. Een aantal houtsoorten bevat bestanddelen die irriterende, allergene of kankerverwekkende eigenschappen hebben. De mate hiervan is per houtsoort verschillend. De gezondheidsrisico's en gezondheidseffecten variëren door:

  • de houtsoort
  • het type bewerking
  • de afmetingen en het gewicht van de houtstofdeeltjes
  • het verschil in giftige werking (toxiciteit)
  • het verschil in vochtgehalte

De belangrijkste gezondheidsklachten die werknemers hebben als zij worden blootgesteld aan houtstof zijn:

  • Hardhoutstof is opgenomen op de wettelijke lijst kankerverwekkende stoffen, met als voetnoot dat als definitie voor hardhout hout van bedektzadigen wordt bedoeld. Voorbeelden van hardhout zijn: berk, beuk, eik, els, es, esdoorn, esp, haagbeuk, iep, kastanje, kers, linde, notenboom, plataan, populier, walnoot, wilg en de tropische hardhoutsoorten balsa, ebbe, iroko, kauriden, mahonie, mansonia, meranti, palissander en teak.
  • Huidaandoeningen: contact met houtstof kan irritatie en ontsteking van de huid tot gevolg hebben. Dit kan overgaan in een chronisch huideczeem. Personen die daarvoor gevoelig zijn, krijgen een allergische huidreactie als gevolg van bepaalde stoffen in het hout. Eczeem kan ontstaan op de handrug, het hoofd en de hals. Andere huidklachten zijn huidverkleuringen en ontstekingen van haarwortels.
  • Oogaandoeningen: het oogbindvlies kan ontstoken raken als gevolg van contact met houtstof. De verschijnselen hiervan zijn onder andere pijn, tranende ogen, ettervorming en lichtschuwheid (het niet kunnen verdragen van licht).
  • Luchtwegaandoeningen: houtstof kan overgevoeligheidsreacties veroorzaken, zoals niezen, loopneus, bloedneus, hoesten, astma en astmatische bronchitis. Veel luchtwegaandoeningen zijn een allergische reactie op houtstof. Allergieën worden vaak in de loop der jaren opgebouwd. Iemand kan dus jaren zonder problemen in een stoffige ruimte werken en plotseling last krijgen van allergische verschijnselen.
  • Neuskanker: stof van verschillende houtsoorten kan kanker veroorzaken, onder meer hout van berk, esdoorn, haagbeuk, beuk, populier, iroko en mahonie.
  • Kankerverwekkende toevoegingen: hout kan kankerverwekkende toevoegingen waaronder formaldehyde, bevatten. Dergelijke stoffen komen voor in bepaalde lijmen en middelen voor houtverduurzaming.
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • AI-blad nr. 6 Werken met kankerverwerkende stoffen en processen
  • Basisinspectiemodule van Inspectie SZW Stofexplosiegevaar (2015)
  • Aanpak inhaleerbare allergene stoffen op de werkplek. SER advies 2009
  • Risico houtstof op website Arboportaal
  • De Gezondheidsraad heeft in juli 2000 een gezondheidskundige grenswaarde voor houtstof van 0,2 mg/m³ geadviseerd, daarbij ervan uitgaande dat houtstof wordt beschouwd als (carcinogene) stof met drempelwaarde. Wanneer echter houtstof wordt beschouwd als carcinogene stof zonder drempelwaarde dan zou, conform de aanpak met risicogrenzen, een grenswaarde moeten liggen tussen de 0,06 mg/m³ en 5,8 mg/m³ als TGG-8uur. Voor hardhout is inmiddels vast komen te staan dat sprake is van een carcinogene stof; zachthout is als verdacht carcinogeen aangemerkt. 
  • In een (verdeeld) advies (2007) van de SER is aan de Minister voorgesteld om de wettelijke grenswaarde voor hardhoutstof per 1 januari 2009 te verlagen tot 1 mg/m³ inhaleerbaar stof (0,5 mg/m³ voor totaal houtstof), gemeten over een 8-urige werkdag, wat wordt gebaseerd op de aanbeveling uit het rapport SCOEL (2003). De SCOEL constateert dat blootstelling boven 1 mg/m³ inhaleerbaar stof kan leiden tot schadelijke effecten aan de longen.
  • Afvalhout bestaat voornamelijk uit:
    • afvalhout ontstaan bij het bouwen en slopen van bouwwerken (raam- en deurkozijnen, kapconstructies, stijl- en regelwerk)
    • plaatmaterialen uit de (stand)bouw
    • pallets
    • houten meubels (kasten, tafels, magazijnstellingen e.d.)

    Het hout dat hiervoor wordt gebruikt is voornamelijk vurenhout. Het Nederlandse woord vuren is de genormeerde naam voor het hout van de fijnspar (Picea abies). Dit hout is niet alleen makkelijk te bewerken maar ook relatief goedkoop. Het wordt ook veel verkocht in doe-het-zelf bouwmarkten. In Nederland is vuren de meest gebruikte naaldhoutsoort, en daarmee de meest gebruikte houtsoort. Gelet op de herkomst van het afvalhout zal dit voor circa 60 tot 80% uit vurenhout bestaan. Hout van de fijnspar wordt niet gezien als hardhout.

Beschrijving van het risico 

Bij afvalenergiecentrale (AEC’s), bioenergiecentrales (BEC’s) en slibverbrandingsinstallaties (SVI’s) komen reststoffen vrij die schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn. De risico's kunnen variëren van huid- en luchtwegirritatie door de hoge zuurgraad, bioaccumulatie van zware metalen zoals lood en dergelijke tot organische verontreinigingen zoals dioxines. Een aantal reststoffen, waaronder AEC vliegas, kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden. Daarom moet voorkomen worden dat medewerkers de reststoffen inademen en dat schadelijke stoffen via mond en huid in het lichaam terechtkomen.

De reststoffen ontstaan bijvoorbeeld in de rookgasreiniging en de verbrandingsoven. Voorbeelden van gevaarlijke stoffen in reststoffen zijn de volgende:

  • Bodemas en ketelas: as uit de verbranding bevat onder andere zware metalen, PAK, dioxines en furanen. 
  • Vliegas: vliegas bevat onder andere metaaloxiden, dioxinen en furanen.
  • Rookgasreinigingsresidu (RGR): RGR bestaat vooral uit zouten zoals calciumcloride en natriumchlorides en kan daarnaast dioxines bevatten. 
  • Kamerfilterpers residu (filterkoek): dit type filterkoek bevat zware metalen, dioxines en furanen.

De risico's van de verschillende reststoffen zijn afhankelijk van de samenstelling en combinatie van gevaarlijke stoffen hierin. Voor verschillende reststoffen heeft de Vereniging Afvalbedrijven Safety Data Sheets (SDS) laten opstellen waarin de risico's op een rij zijn gezet. Op basis van deze SDS-bladen stelt elke AEC, BEC en SVI als leverancier van reststoffen zelf specifieke SDS'n op. Voor het aanbrengen van AEC-bodemas in grondwerken is een risicoanalyse bij grondwerk opgesteld. Deze werkzaamheden worden niet in de afvalbranche uitgevoerd en blijven daarom in deze arbocatalogus buiten beschouwing.

Wet- en regelgeving 

Verplichte maatregelen

Indien er bij werkzaamheden in een AEC, BEC of SVI een kans is op blootstelling aan reststoffen dan is het noodzakelijk om onderstaande maatregelen te nemen.

Alle wettelijke verplichtingen

  • Beschrijven gevaarlijke stoffen en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over gevaarlijke (afval)stoffen
  • Geven werkinstructie - vliegasverstopping verhelpen
  • Geven werkinstructie - werkplek schoonmaken

Alle technische maatregelen

  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Treffen voorzieningen bedrijfshulpverlening
  • Treffen voorzieningen voor opslag van gevaarlijk afval

Alle organisatorische maatregelen

  • Documenteren gevaarlijke stoffen
  • Minimaliseren aantal blootgestelde werknemers
  • Opstellen plan bedrijfshulpverlening (bhv)
  • Verbieden roken, drinken en eten tijdens werk
  • Indien uit de RI&E een restrisico blijkt: Aanbieden van PAGO gevaarlijke (afval)stoffen

Indien er ná het nemen van alle bovenstaande maatregelen volgens de RI&E toch nog risico op blootstelling is, zijn alle maatregelen in de categorie Persoonlijke beschermingsmiddelen van toepassing:

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Voorlichten over persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Aanbieden persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Gebruiken adembescherming stofblootstelling
Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Gevaarlijke gassen bij vergisten

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij vergistingsprocessen ontstaat biogas dat in hoofdzaak bestaat uit de componenenten methaan (CH4) en koolstofdioxide (CO2), en in mindere mate ammoniak (NH3) en zwavelwaterstof (H2S). Zwavelwaterstof, ook wel waterstofsulfide (H2S) genoemd, en ammoniak zijn ontvlambare, giftige gassen die ontstaan bij (na-)vergisten, maar ook voorkomen in water- en slibstromen zoals was- en spoelwater, percolaatwater en zuiveringsslib.

Hoewel vergisting plaatsvindt in gesloten systemen is enige diffuse emissie of ongewild vrijkomen van deze gassen niet altijd te vermijden. Het vrijkomen van verhoogde concentraties waterstofsulfide, ook boven de gezondheidskundige grenswaarde, is voorgekomen bij vergistingsinstallaties. De gasconcentraties worden in dat geval beperkt door te zorgen voor een goed werkende afzuiging en/of voldoende ventilatie in de bedrijfsruimte.

Wanneer biogas wordt gebruikt om met een WKK (installatie voor warmte-kracht-koppeling) elektriciteit en warmte op te wekken, gebeurt dit bij lage druk. Bij opwerking van biogas tot aardgaskwaliteit wordt het biogas gewassen en onder hoge druk gebracht zodat het via het aardgasnetwerk kan worden verdeeld. Na opwerking wordt het biogas op een druk van ongeveer 8 bar gebracht en getransporteerd naar een compressor die het biogas in het aardgasnetwerk brengt. De compressor brengt het biogas uiteindelijk op een druk van rond de 40 bar. Het explosiegevaar ligt bij biogasopwerking derhalve hoger dan bij het verstoken van biogas in een WKK.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Bij vergisting

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij een toenemend aantal composteringsbedrijven wordt een vergistingstap voorgeschakeld. Daarnaast zijn er ook stand-alone vergistingsinstallaties. Bij het vergistingsproces komt een gasmengsel vrij dat ontstaat als gevolg van de biologische processen. Dit gasmengsel wordt ook wel biogas genoemd en ontstaat bij de vergisting van organisch materiaal. De hoofdbestanddelen van biogas zijn methaan (CH4) en koolstofdioxide (CO2). Methaan is brandbaar waardoor bij vergistingsprocessen risico is op het ontstaan van brand en/of explosieve atmosferen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Bij besloten ruimten

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Brand- en explosiegevaar is een belangrijk risico bij diverse activiteiten in de afvalbranche. De oorzaken en de omstandigheden waarin gevaren ontstaan, zijn zeer verschillend. De gevolgen van brand zijn beheersbaar indien deze tijdig wordt opgemerkt en bestreden. De gevolgen van een explosie zijn vaak enorm groot met aanzienlijke schade aan installaties en incidenten met een dodelijke afloop.

Bij het werken in besloten ruimtes zoals riolen waarbij explosieve en brandbare gassen kunnen voorkomen bestaat het risico van brand- en explosie gevaar. In een afvalenergiecentrale AEC bestaat er gevaar op een brand of explosie in de afvalbunker en bij de opslag van fijn verdeeld actief kool.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Gevaarlijke gassen in afvalenergiecentrales

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Op diverse plaatsen in installaties voor verbranding van afval, biomassa of slib kunnen gevaarlijke gassen aangetroffen worden. Bij verhelpen van storingen, inspecties, reparaties, schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden in bepaalde ruimten is blootstelling aan verbrandingsrook, gevaarlijke gassen en dampen niet uitgesloten. Daardoor ontstaan levensbedreigende situaties in geval van een te hoog of te laag zuurstofgehalte in de lucht, verstikking of vergiftiging door een gas. In de rookgasreiniging ontstaat ozon (O3) bij een in bedrijf staand E-filter. Bij het verladen van langdurig opgeslagen bodemas moet met het vrijkomen van H2S rekening worden gehouden. In de slakopwerkingsfabriek ontstaan zwavelwaterstof (H2S) en koolmonoxide (CO). Fosfine (PH3) reageert direct met zuurstof en is dus boven ruwe bodemas niet aanwezig; als de stof toch wordt gemeten, dan is er sprake van een verstoring in de meetmethode.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Graven van gasgangen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Op het stortterrein worden gasgangen gegraven met kranen en ander materieel. Bij het graven van een gasgang in het stortlichaam moet men altijd alert zijn dat er stortgas (biogas) kan ontsnappen, want in het stortlichaam is altijd biogas aanwezig.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Bij stortgas

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Brand- en ontploffingsgevaar van stortgas komt voor bij het stortfront, de stortvakken en op de stortplaats zelf. Na het storten van biologisch afbreekbaar afval komt er gedurende lange tijd methaan (CH4+CO2) uit stortplaatsen vrij; dit wordt stortgas genoemd. Stortgas zorgt voor stankoverlast en bovendien is methaan één van de belangrijke veroorzakers van het broeikaseffect. Een afvalstortplaats met onttrekkingsinstallatie is daarom gewenst om het gas netjes af te voeren.

Het belangrijkste risico van stortgas is dat het brandbaar is en als het eenmaal brandt moeilijk uit te krijgen is. Het risico op ontbranding van stortgas is het grootst bij laswerkzaamheden en andere hete werkzaamheden op plaatsen waar stortgas zich concentreert, zoals bij stortgasontrekkinginstallaties, stortgasmotoren, affakkelinstallaties en transportleidingen, en bij het afgraven van het afval op de stortplaats. Stortgas kan ook een risico vormen bij broeibanden op het stortfront.
Daarnaast vormt stortgas ook een risico bij het werken in besloten ruimten omdat het kan leiden tot bedwelming of verstikking. De risico's van stortgas zijn bij een afstand vanaf ongeveer 1 meter aanzienlijk lager.

Specifieke werkzaamheden waarbij brand- en ontploffingsgevaar bestaan zijn:

Wet en regelgeving 
Meer informatie 

Pagina's

Abonneren op RSS - veiligheid