Arbocatalogus Afvalbranche KENNISMAKING

Dé arbostandaard voor alle bedrijven in de afvalsector!

veiligheid

Goedgekeurd door Inspectie SZW

Struikelgevaar

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij alle activiteiten in de branche bestaat gevaar voor struikelen en verstappen. Oorzaken zijn vaak oneffenheden, stoepranden, losse voorwerpen en slechte verlichting. Dit komt voor bij inzamelen van afval op de openbare weg. Ook op het terrein van een afvalbedrijf, stortplaats en bij rioleringsbeheer is de kans op verstappen en struikelen aanwezig.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenbesluit en - regeling

  • Artikel 3.11 Arbobesluit inzake Vloeren, muren en plafonds van arbeidsplaatsen
  • Artikel 3.14 Arbobesluit inzake Verbindingenwegen
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Vallen in containers

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

In de Milieustraat bestaat het risico op vallen van hoogte. De vallende persoon kan in een container belanden of in de opening waar een container is verwijderd. Het letsel daarbij varieert van een schaafwond, knieblessure of letsel tot aan kneuzing van ledematen, botbreuken of een hersenschudding.

De afvalcontainers op de milieustraat moeten voor burgers en medewerkers goed bereikbaar zijn, maar mogen niet leiden tot mensen die in de containers vallen. Containers in de milieustraat dienen daarom makkelijk toegankelijk te zijn en toch goed afgeschermd te zijn tegen het in de container vallen.

 

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Tillen en dragen

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Het tillen van (zware) lasten is de bekendste vorm van lichamelijke belasting. Of een tilsituatie in het werk toelaatbaar is of niet, hangt van verschillende factoren af. Het gewicht is uiteraard een belangrijke factor, maar de afstand tot het lichaam, de tilhoogte, een eventuele rotatie en de frequentie van het tillen spelen ook een belangrijke rol.
Het maximum tilgewicht met twee armen is 23 kg onder ideale omstandigheden. Als de tilsituatie niet ideaal is, bijvoorbeeld tillen met één arm dan geldt een lager gewicht als maximum. Regelmatig zwaar tillen en dragen leidt tot overbelasting van rugspieren en tussenwervelgewrichten. Het verminderen van fysieke belasting als gevolg van tillen of dragen tot een veilige tilsituatie vraagt daarom om een actieve aanpak.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

Meer informatie 
  • Analyse van ongevallen in de afvalsector 1998-2009, RIVM
  • Website van TNO over fysieke belasting met Wegwijzer fysieke belasting
  • Website van FNV Bondgenoten met rekentool op basis van de NIOSH-methode
  • De NIOSH-methode stamt uit 1994 en is voor deskundigen hier terug te vinden in het engels, met informatie over de toepassing van de formule voor het handmatig tillen. 'NIOSH’ staat overigens voor het National Institute for Occupational Safety and Health in de Vereniging Staten.
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Valgevaar bij stortgat

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij werkzaamheden bij het stortgat is sprake van valgevaar. In het stortgat moet afval gelost kunnen worden. Bij de rand weg blijven of simpelweg een hekwerk plaatsen om vallen in het stortgat te voorkomen, leidt dus tot logistieke problemen.
Vallen van hoogte is een risico met vaak grote consequenties en soms zelfs met dodelijke afloop.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Valgevaar bij afnetten (op hoogte)

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Om te voorkomen dat lading uit de container waait of valt wordt een container afgedekt; dit wordt vereist vanwege milieuvoorschriften en de wegenverkeerswet. Er zijn verschillende systemen om de lading af te dekken. Vaak wordt een net gebruikt, maar het is de chauffeur niet toegestaan om op de rand van de container te klimmen. Het belangrijkste gevaar bij afnetten op hoogte is namelijk dat de chauffeur bij het aanbrengen en het verwijderen van het net zijn evenwicht verliest doordat hij zich in het afval verstapt, struikelt of wegglijdt. Wanneer dit gebeurt, valt de chauffeur meestal in de container in het afval. Hij kan ook op of over de rand vallen. Het letsel varieert daarbij van knieblessures en geschaafde scheenbenen wanneer men op de rand valt, tot aan kneuzingen van diverse ledematen, hersenschuddingen of botbreuken. Ook een dodelijk ongeval is denkbaar. Vanaf 2,5 meter hoogteverschil zijn maatregelen nodig om valgevaar te voorkomen; voor het afnetten op hoogte zijn verschillende methoden beschikbaar.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Agressie en geweld

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Onder agressie en geweld wordt verstaan voorvallen waarbij een werknemer psychisch of fysiek wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van arbeid. Ook bedreigingen aan het privé front en thuisadres behoren tot agressie en geweld. 

Agressie en geweld leidt tot werkstress en als dat té lang voortduurt kan dat tot ernstige gezondheidsschade leiden zoals psychische klachten, overspannenheid, burnout en hart- en vaatziekten. Fysieke agressie kan behalve tot stress ook leiden tot lichamelijk letsel. Tot agressie en geweld behoort onacceptabel gedrag zoals schreeuwen, uitschelden, schoppen, slaan, spugen en dergelijke. Dit onderdeel van de arbocatologus richt zich specifiek op het risico Agressie en geweld. Agressie en geweld valt onder de verzamelnaam psychosociale arbeidsbelasting naast werkdruk en de ongewenste omgangsvormen seksuele intimidatie, pesten en discriminatie.

Op de openbare weg gebeurt het regelmatig dat personeel te maken krijgt met agressieve medeweggebruikers, bijvoorbeeld wanneer zij hinder ervaren doordat de doorgang even is geblokkeerd. Daarnaast kan het personeel ook te maken krijgen met geweld of agressiviteit bij klanten. Dit is voornamelijk het geval wanneer personeel moet weigeren afval mee te nemen in verband met de aard van het afval of de wijze waarop het afval is aangeboden. Ook acceptanten en controleurs in de milieustraat en het KGA-depot alsmede bij diverse afvalbewerkende en -verwerkende activiteiten, kunnen om laatstgenoemde redenen met agressie te maken hebben. Agressie en geweld is niet te verwachten op het eigen bedrijfsterrein dat niet voor publiek toegankelijk is.

Agressie is, net zoals lachen en huilen een uiting van emotie. Een persoon is boos en gedraagt zich in dat geval vijandig. In zo’n geval is het belangrijk de persoon op de juiste manier te woord te staan. Als professional moet je altijd je zelfbeheersing bewaren; uiteraard is het wel mogelijk om de ondersteuning van een collega of baas in te roepen.

Mocht er toch een incident plaatsvinden dan is het doen van aangifte belangrijk. Het kan zijn dat de medewerker (het slachtoffer) geen aangifte wilt doen, bijvoorbeeld uit angst voor rancune, of uit angst om zwak over te komen. De werkgever kan in dat geval het beleid hebben om aangifte te doen vanuit de organisatie, omdat de norm is overschreden; daarbij moet de medewerker wel een verklaring over het incident afgeven. Het is dan niet de medewerker die ‘overgevoelig’ of ‘zwak’ is, maar de organisatie vindt dat het gedrag onacceptabel is. De werkgever geeft via een aangifte een krachtig signaal af dat de organisatie agressie niet normaal vindt.

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever neemt in elk geval de volgende verplichte maatreglen; klik voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Beschrijven psychosociale arbeidsbelasting en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over agressie en geweld
  • Paragraaf Wat is verplicht? in Communiceren en alarmeren bij psychosociale arbeidsbelasting (psa)
  • Aanstellen van vertrouwenspersoon
  • Paragraaf Wat is verplicht? in Beperken van agressie en geweld
  • Opvangen slachtoffer en nazorg verlenen na incident
Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 lid 2 Arbowet inzake Het voeren van een beleid ter voorkoming of beperking van psychosociale arbeidsbelasting
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
  • Artikel 9 Arbowet inzake Melding en registratie van arbeidsongevallen en beroepsziekten

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Artikel 2.15 van het Arbobesluit inzake Maatregelen ter voorkoming of beperking van psychosociale arbeidsbelasting
Meer informatie 

Voor informatie, advies en hulp bij agressie op het werk kunt u terecht bij verschillende organisaties, zoals:

Beschrijving van het risico 

In de afvalbranche worden met name chauffeurs van machines zoals shovels, compactors, vorkheftrucks, veegmachines, vrachtwagens en dergelijke blootgesteld aan trillingen door het hele lichaam. Trillingen kunnen als hinderlijk en vervelend ervaren worden. Na langdurige blootstelling treedt een zekere vermoeidheid op die het rendement en de nauwkeurigheid van een persoon vermindert. In ergere gevallen veroorzaken trillingen duizeligheid, misselijkheid, evenwichtsstoornissen, blindheid en storingen in de bloedsomloop. Boven een bepaald niveau zijn lichaamstrillingen schadelijk voor de gezondheid. Ze vormen een risico voor pijnklachten in de lage rug en beschadiging van de wervelkolom. Verder kunnen vaat- en zenuwstelsel, botten, gewrichten en spieren worden aangetast en organen verzakken.
Apparaten zoals bladblazers en ander elektrisch handgereedschap veroorzaken trillingen aan de handen en armen. Boven een bepaald niveau zijn handarmtrillingen schadelijk voor de gezondheid. Ze vormen een risico voor pijnklachten in de vingers, de handen en de armen, afslijten van kraakbeen in de gewrichten, vergroeiingen, artritis en kunnen leiden tot het witte-vinger-syndroom.
Het onderscheid in de soorten trillingen is als volgt:

  • Lichaamstrillingen
    Hierbij is het hele lichaam in trilling; de trillingen komen binnen via voeten of zitvlak.
  • Hand-armtrillingen
    De trillingen komen binnen via handen, en ze worden doorgegeven aan polsen, armen en schouders.

Het is onder alle omstandigheden erg belangrijk om het lichaam goed te beschermen tegen kou en vocht omdat koude spieren gevoeliger zijn voor schade door trillingen.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 

Veel voorkomende trillingsniveaus zijn:

  • Vrachtwagen: gemiddeld 0,6 m/s² met maximum tot 1,1 m/s²
  • Laad- en graafmachine: gemiddeld 0,8 m/s² met maximum tot 1,9 m/s²
  • Heftruck: gemiddeld 1,0 m/s² met maximum tot 2,3 m/s²
  • Terreinheftruck: gemiddeld 1,4 m/s² met maximum tot 2,3 m/s²

Er is voor blootstelling aan hand-armtrillingen een advieswaarde, een actiewaarde en een grenswaarde.

  • Advieswaarde: de bovenwettelijke, gezondheidkundige grens voor de dagelijkse blootstelling aan hand-armtrillingen is 1 m/s² (tijdgewogen gemiddelde van 8 uur).
  • Actiewaarde ( art. 6.11a Arbobesluit): bij dagelijkse blootstelling aan hand-armtrillingen boven 2,5 m/s² (tijdgewogen gemiddelde van 8 uur) dienen de wettelijk voorgeschreven acties te zijn: voorlichting aan medewerkers, duur van blootstelling beperken, aanpassen van werkmethoden of toepassen van technische maatregelen.
  • Grenswaarde (art. 6.11a Arbobesluit): bij dagelijkse blootstelling aan hand-armtrillingen boven 5 m/s² (tijdgewogen gemiddelde van 8 uur) moet de werkgever onmiddellijk maatregelen nemen om de blootstelling te verminderen tot onder de grenswaarde.
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Broeibrand

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Uit onderzoek van de afvalbranche in 2016/2017 blijkt dat er twee belangrijke oorzaken van het ontstaan van branden bij afvalbedrijven zijn, te weten:

  1. de ontwikkeling van warmte in afvalhopen oftewel broei, en
  2. de aanwezigheid van ongewenste ontvlambare materialen in het afval.

De meeste branden bij afvalbedrijven vinden tijdens de zomer plaats, van april tot september.

Ontvlambare materialen die ongewenst in het afval voorkomen zijn bijvoorbeeld spuitbussen, accu's, lithium-batterijen, matrassen en de nog warme as van een barbecue of vuurkorf. Dergelijke afvalstoffen moeten daarom via aparte afvalstromen worden aangeboden.

Met name afvalstromen met organisch materiaal bouwen warmte op. Als organisch afval voor een langere tijd wordt opgeslagen, stijgt de temperatuur door biologische activiteit. Ten gevolge van microbiële processen stijgt de temperatuur van het afval in de loop van de tijd, waardoor het vochtgehalte van het materiaal afneemt. De temperatuur in organisch materiaal is meestal hoger dan die van de buitenlucht. Bij een temperatuur in organisch materiaal hoger dan 70 °C is het risico op het ontstaan van een zogenaamde broeibrand verhoogd. Als de temperatuur tot boven de 90 °C stijgt, bestaat de kans op zelfontbranding van het materiaal. Het principe bij het ontstaan van een broeibrand is te vergelijken met het aanbranden van drooggekookte aardappelen. Zolang in de pan water zit, is sprake van een normaal kookproces, maar zodra al het water is verdampt, verbranden de aardappelen. De aanwezigheid van water heeft dus een regulerende functie, aldus een Amerikaans overzicht van de wetenschappelijke literatuur uit 2004.

Volgens experimenteel onderzoek van KEMA is het gevaar voor een broeibrand bij een vochtgehalte van onder de 20 %RV (relatieve vochtigheid) minimaal. Een vochtgehalte tussen de 20 en 50 % geeft bij veel materialen het risico dat broei kan ontstaan; het vochtgehalte waarbij broei ontstaat, is afhankelijk van het soort materiaal. Bij homogene biomassa, zoals houtchips, is het gevaar voor broeibrand minimaal bij een vochtgehalte onder de 20 %. In niet-homogeen materiaal, zoals groenafval, bestaan vochtige naast drogere plekken en is de kans op broei met name aanwezig wanneer grof materiaal uitgedroogd raakt en het vochtgehalte daalt onder 40 %. Daarom moeten sommige afvalstromen, zoals matrassen, op een droge plek worden opgeslagen. Het zal niet de eerste keer zijn dat een broeibrand is ontstaan vanwege een niet eerder opgemerkte daklekkage.

De factor tijd speelt een heel belangrijke rol bij het ontstaan van een broei. Hoe langer een broei-gevoelige afvalstof ligt te wachten op transport en/of verwerking, hoe hoger de temperatuur wordt, hoe groter de kans op het ontstaan van broeibrand is. Als broei eenmaal tot ontbranding komt, ontwikkelt de brand zich meestal snel, zeker als het materiaal is uitgedroogd. Als er vervolgens zuurstof toetreedt, zoals bijvoorbeeld tijdens het ontgraven van het afval, dan kan het vuur zich snel verspreiden. Een bijkomend risico van broeibrand is het vrijkomen van koolmonoxide vanwege onvolledige verbranding van het afval.

Tot slot speelt de factor druk een rol. Hoe hoger de berg afval, hoe hoger de druk, hoe groter de kans op brand. Daarom mogen afvalhopen niet hoger dan 4 meter zijn; vaak is deze maximale hoogte opgenomen in de vergunning.

Inzamelen, Milieustraat en Bewerken

Bij het inzamelproces kan een broeibrand ontstaan onder andere wanneer een broei-gevoelige afvalstof al gedurende een langere periode bij de ontdoener heeft gelegen, alvorens die wordt ingezameld. Ook op een verwerkingslocaties kan broeibrand voorkomen in de opslag van het afval of in de sorteerhal. De opslag van poetsdoeken en matrassen vormt een bekend risico.

Composteren

Tijdens het composteringsproces treedt per definitie broei op, omdat dit het principe van composteren is. Er bestaat altijd kans op broeibrand op plaatsen waar veel grof organisch materiaal aanwezig is, waardoor een sterke natuurlijke trek optreedt (schoorsteeneffect). Na het composteerproces kan broeibrand met name optreden in de opslag van de zeefoverloop.

Verbranden

Bij een afvalenergiecentrale kan broeibrand voorkomen in de opslag van aangevoerd afval in de afvalbunker. Zowel organisch materiaal als een chemische reactie vormen een risico.

Storten

Op stortplaatsen ontstaat de kans op broeibrand op plaatsen met een laag vochtgehalte in het stortlichaam waar, bij grove delen, een soort schoorsteen aanwezig is.

Wet en regelgeving 
Meer informatie 
  • wetenschappelijk artikel Self heating in yard trimmings, 2002 waarin het principe van het ontstaan van broeibrand wordt beschreven
  • Onderzoeksrapport Broei bij biomassa; experimenteel onderzoek en modellering, C.H. Gast, P. van Woesik en H.M. Weijers, KEMA Power Generation & Sustainables, Arnhem, 16 september 2004
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Hete leidingen en stoom

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

In afvalenergiecentrales komen op veel plaatsen hete stoomleidingen voor. Stoom is zeer heet en leidingen staan onder druk. Oppervlakten boven de 45°C leiden bij aanraking tot een schrikreactie, pijn en bij langere aanraking tot brandwonden. Direct contact met stoom kan tot ernstige brandwonden leiden. Bij storingen kan het voorkomen dat leidingen, kranen of kleppen gaan lekken waarbij stoom onverwachts met grote kracht vrijkomt. Het risico op ernstig letsel is groot als stoomleidingen niet worden veiliggesteld door mechanisch inblokken uit de Lockout/Tagout procedure. Omdat direct contact met hete materialen en vloeistoffen tot ernstig letsel kan leiden, is het van buitengewoon belang dit te voorkomen door het uitvoeren van de verplichte keuring van drukapparatuur, goed onderhoud en regelmatige inspecties.

Definitie van "drukapparatuur" of "drukapparaten":

drukvaten, installatieleidingen, veiligheidsappendages en onder druk staande appendages, inclusief, voor zover van toepassing, de elementen die bevestigd zijn aan onder druk staande delen, zoals flenzen, tubulures, koppelingen, steunconstructies, hijsogen. Zie artikel 2 van richtlijn 2014/68/EU voor de definities van drukvaten, installatieleidingen, veiligheidsappendages en onder druk staande appendages.

Wet en regelgeving 
Goedgekeurd door Inspectie SZW

Openbare weg

Printvriendelijke versieAls e-mail versturenPDF document
Beschrijving van het risico 

Bij afvalinzameling en rioleringsbeheer hebben medewerkers, als zij zich van de ene naar de andere locatie verplaatsen, te maken met de ‘normale’ verkeersrisico’s. Tijdens het inzamelen van afval of de uitvoering van rioleringsbeheer zijn de risico’s door het verkeer groter als geen voorzorgsmaatregel zijn genomen. Om de werkzaamheden veilig te kunnen uitvoeren is het soms nodig een wagen zo op te stellen dat het verkeer daardoor gehinderd wordt. Verkeer zal moeite doen om bij weinig ruimte toch te passeren, terwijl medewerkers om de wagen lopen.
Inzamel- en rioolwerkzaamheden kunnen aanzienlijke risico's opleveren voor voetgangers en personen die bij de werkzaamheden komen, kijken zoals kinderen. Dit geldt in het bijzonder als rioolputten geopend zijn of ondergrondse containers geleegd worden.
De gevolgen van een aanrijding kunnen beperkt blijven tot materiële schade, maar een aanrijding kan ook tot ernstige verwondingen of zelfs overlijden leiden.

Wet- en regelgeving 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 10 Arbowet inzake Voorkomen van gevaar voor derden.

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke 

  • Wegenverkeerswet 
  • Wegwerkzaamheden op en langs snelwegen – Werk in Uitvoering Pakket 96a van CROW 
  • Wegwerkzaamheden op en langs niet-snelwegen – Werk in Uitvoering Pakket 96b van CROW
  • Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd in opdracht van een gemeente, dan geeft de opdrachtgever doorgaans aan welke voorschriften gelden op de werklocatie(s) en moeten de uitvoerders zich aan deze voorschriften houden. Medewerkers ontvangen van hun leidinggevende informatie over het veiligheidsplan. Zij moeten altijd vragen naar het veiligheidsplan indien onduidelijkheden bestaan.
Meer informatie 

Pagina's

Abonneren op RSS - veiligheid
randomness